Heel stiekempjes werd in Amsterdam de laatste maanden een fenomeen in ere hersteld. We hebben het hier niet over het erelidmaatschap van Swart en Keizer, maar over Marko Pantelic. De aanwezigheid van de Servische handenklapper/duimopsteker betekent namelijk de terugkeer van een bepaald type spits: het aanspeelpunt. We waren het bijna vergeten, maar in de meest recente glorietijd van Ajax speelde de club met een balvaste, kaatsende spits.
Stefan Pettersson is misschien wel de voornaamste exponent van dit genre in de Ajax-geschiedenis. Hij stond er altijd in, maar scoorde als spits nooit meer dan 20 goals per seizoen. Ditzelfde geldt overigens voor Patrick Kluivert, Nwankwo Kanu en Ronald de Boer. Ook zij speelden vaak als nummer 9, maar waren niet de doelpuntenmachines die Ajax kampioen maakten. Dat deed namelijk de nummer 10: Jari Litmanen of Dennis Bergkamp.
Het laatste anderhalve decennium leek deze traditie in de vergetelheid te zijn geraakt. Nikos Machlas, Wesley Sonck en Klaas Jan Huntelaar; Ajax koos voor pure spitsen met een (vermeend) neusje voor de goal. Veelal opererend in een 4-4-2, in de hoop op 20+ goals per competitie. Is het een toeval dat slechts laatstgenoemde slaagde in zijn missie? Voetblah is dan ook blij met de terugkeer van het aanspeelpunt. We wachten geduldig op de definitieve doorbraak van de bijpassende, excellerende nummer 10: Christian Eriksen.
Ps. Pantelic was gister niet zo in vorm. Siem de Jong komt toch nog wat te kort en van Italianen win je niet zomaar. Volgend seizoen nieuwe kans!



Schandalig en volkomen misplaatst om ‘slak’ Pantelic op gelijke hoogte te plaatsen met Pettersson, Kluivert en Ronald de Boer!!!
Pettersson, intelligente, sympathieke, balvaste ander latende scorende super spits van Ajax….
Bergkamp heeft veel goals aan deze man te danken in zijn ajax tijd….
Daar mag Pantelic nog niet in de schaduw van gaan staan….(ook niet van Kluivert en de Boer inderdaad)
Pingback: DE GUN-FACTOR « VOETBLAH