Toen ik als klein ventje begon met voetballen, was ik altijd iemand: Maradona, Van Basten of Bergkamp. Niet omdat ik die zelf zo goed vond, maar omdat iedereen die goed vond. Naarmate ik ouder werd, ging ik wat meer over het voetballen nadenken. Dat leidde tot een soort van ideaalbeeld in mijn hoofd hoe voetbal gespeeld moest worden. Met die gedachte stapte ik vanaf dat moment het trainingsveld op. Nooit heb ik zelf dat beeld benaderd, zelden zag ik het op tv. Tot gister.
Wat er op dit moment in Camp Nou gebeurt, is uniek en dus nooit vertoond. Er is namelijk nooit beter voetbal gespeeld dan wat FC Barcelona nu op de mat legt. Johan Cruijff, Pelé, Maradona, Van Basten, Garrincha en Di Stéfano waren inderdaad fantastische spelers. Maar dat waren allemaal individuen. En voetbal is nu eenmaal een teamsport. En juist op dat vlak is dit FC Barcelona van een ongekend hoog niveau.
Het telkens op het juiste moment, op het juiste been met de juiste snelheid de bal inspelen, gecombineerd met een ongekende hoge handelingssnelheid, leidt wekelijks tot een voetbalorgasme. Constant wordt de juiste keuze gemaakt. Daarbij ziet het er makkelijk uit, maar dat is het allesbehalve. Technisch, tactisch, mentaal en fysiek klopt alles aan de ploeg. Bovendien is het voetbal nu eenmaal beter, sneller en fysieker geworden. Wanneer je ondanks dit gegeven zo’n bizar hoog niveau haalt, kan Allard niets anders dan een hele diepe buiging maken. Zijn dank is groot.













