
Género Zeefuik was voor mij tot dit weekend een grijze speler. Waarvan ik bijvoorbeeld dacht dat ie Genaro heette. Eentje die lekker meebalt bij inderdaad een club als NEC. Zonder daarmee overigens iets af te willen doen aan een club als NEC. Neem bijvoorbeeld Lasse Schøne. Geen grijze speler. Doet vaak zijn naam eer aan. Daar ga je voor naar het stadion. Maar voor Zeefuik? Nee. Tot dit weekend dus. Género toverde namelijk een fabelachtige assist uit zijn kicksen. Wat een briljante bal! Veel Schöner dan dat wordt het niet. (check het hier, na 45 seconden)
Maar wat betekent dat nou voor de speler Zeefuik? Is dat nu opeens een voetballer geworden waarvoor je naar het stadion komt? In ieder geval is hij bij de voetballiefhebber in aanzien gestegen. Maar het zet me wel aan het denken. Want in deze actie zat best veel. Over- en inzicht, handelingssnelheid, een fijne traptechniek. Alle ingrediënten die een speler beter maken dan zijn gemiddelde medespeler of tegenstander. Maar dat was Género tot nu toe helemaal niet. Als veelbelovende, maar nog niet toprijpe spits door PSV aan NEC toevertrouwd. Waar hij tot dusver tot precies nul doelpunten kwam. Geroemde actie verraadt dat Zeefuik misschien wel veel meer een voorbereider is dan een afmaker
Laten we het wat breder trekken en de volgende vraag stellen. Hoeveel spelers in de Eredivisie hebben een bovengenoemde actie in huis? Ik bedoel maar. Wanneer je dit kunt, ben je een goede voetballer. Natuurlijk moet je dat over een langere periode laten zien. Maar de schoonheid van het voetbal zit ‘m in kleine momenten. In balaanrakingen, in een overstap, in één geniale pass, in de juiste snelheid. Dáárvoor kijken wij voetbal. En daarom kijken wij nu elke keer weer naar Género. Niet meer als spits, maar als voetballer. Hopend op weer een geniaal moment.












