
Er was een tijd dat minstens 1/3 van de Voetblah-redactie op afroep de stadionnaam, clubkleuren, manager en basiself van elk van de 116 Engelse (semi-)profclubs wist op te dreunen. Hoofdoorzaak van deze grove verkwisting van cognitieve capaciteit was bovenstaande iconische uitgave van het spel Championship Manager. Anno 2011 zijn slechts restanten aanwezig in ons diepe onderbewuste; ware het niet dat op gezette tijden één dezer flarden zich weet te promoveren tot een helder momentje van bewustzijn: Darren Ryan, Stockport County: talent.
Naast Championship Manager zijn er talloze games in hetzelfde genre. Premier Manager (slimme referentie aan de hoogste Engelse divisie als kwaliteitsclaim), Ultimate Soccer Manager (niet te snel aan je stadion bouwen, dan ga je onherroepelijk failliet!) en de volgens ons grootste concurrent, simpelweg genaamd The Manager (Roberto Baggio op het openingscherm; en eindeloos kloten met die opstelling). Uiteraard waren er wat nuanceverschillen, maar uiteindelijk kwam het op hetzelfde neer: met samengeknepen billen kijken naar een imaginaire voetbalwedstrijd, waarvan de hoogtepunten in beeld of woord werden getoond.
Ongelovige vriendjes snapten nooit wat de lol ervan was. Ze vonden het gek dat je die wedstrijden niet zelf mocht spelen. En inderdaad, de marketingman die ooit bedacht heeft dat pubers liever op de achtergrond de tactiek bepalen dan zelf willen passen en schieten met die poppetjes op het veld, mag een groot psycholoog genoemd worden. Inmiddels is ook de spelersequivalent van de manager game in zwang. In The Player begin je als een Delano Cohen in de kelder van het Engelse voetbal en moet je je omhoog werken tot Lionel Messi. In The Goalkeeper mag je maandenlang achter je bureau zwoegen om uit te groeien tot een echte Ed de Goey. En nog altijd wachten we met smart op de release van De Linksback. Ofwel: ‘The road to become Sjaak Polak’.








