VOETBALLEGENDES BESTAAN NIET

Taalpuristen zijn echte spitsen. Als sluipschutters loeren ze op argeloze interpunctieverkrachters, d/t-marcheerders en spatie-schooiers. Klaar om hun betweterigheid af te vuren met een dedain waar zelfs Harry Mulisch jaloers op zou zijn geweest.  Een doorgewinterde taalpurist ontstijgt echter de opvallende fouten en wijst graag op woorden die in de volksmond structureel verkeerd gebruikt worden.  Seksistisch, criticaster en lankmoedig. Dat soort werk. Voor deze spellingnazi’s, de hufters die ongevoelig zijn voor het “maar we begrijpen elkaar toch”-argument,  heb ik goed nieuws. Het woord legende wordt vaker fout dan goed gebruikt.

In tegenstelling tot wat het alledaagse taalgebruik doet vermoeden, zijn legendes net zo zeldzaam als die supergeile Venusovergang van vorige week. Voetballegendes zijn dus nog schaarser dan Stijn. Volgens Wikipedia is een legende oorspronkelijk “een alternatieve levensbeschrijving van een heilige met toegevoegde fictieve elementen, waarin aan de betreffende persoon allerlei wonderen toegedicht worden”. Met enige fantasie zouden we de bewierookte sporters een heiligenstatus kunnen toedichten. En de Ieren hebben met St. Ledger een beschermheilige van de gezelligheid in de gelederen.

Dat ‘heilige’ kan nog wel, maar de fictieve elementen ontbreken bij de zogenaamde voetballegendes. Abe Lenstra won in zijn eentje van Ajax, Maradona liep om Engelsen heen alsof het zoutpilaren waren en Pelé was gewoonweg magistraal. Dat zijn feiten, geen fictieve elementen. Maar we beschouwen het wel als wonderen. Naast de uitmuntende voetballers is er nog een andere categorie ‘legendes’. Steve Mokone, Humphrey Mijnals, Dries Boussatta en Aziz Doufikar. Voetballers die eeuwig op de kaart staan doordat ze de eerste neger, Surinamer of Marokkaan waren in het Nederlandse voetbal(elftal). Geen onaardige prestaties, maar feitelijk klopt het.

Stel dat Steve Mokone eigenlijk in Weerselo als Harry Olde Ruttink ter wereld was gekomen. En dat de Weerseloërs Harry dermate vervelend vonden dat ze hem excommuniceerden naar de Limburgse mijnen, alwaar hij dagelijks in elkaar werd gebeukt door onverstaanbare vlaaifluimen. Na een verhuizing naar Malden werd hij beschimpt door de plaatselijke jeugd die, ondanks het venijnige krabben, het kolenzwart niet van Harry’s gelaat kreeg.  Gekrenkt en gehard door deze ervaringen was Harry vastberaden om het te maken als ‘profvoetballer’. Zo geschiedde. En passant werd hij ook de eerste succesvolle neger met een Twents accent. Als Tom Egbers ons hiervan had kunnen overtuigen dan hadden we een echte legende gehad.  Alhoewel, het Nederlandse voetbal kent al een legende. René van Rijswijk. Deze olijke staartmans wordt altijd opgevoerd als de spits die nooit scoorde. In werkelijkheid vond hij 31 keer het net in 314 wedstrijden. Toegegeven:  dat is een slechter gemiddelde dan het benzineverbruik van de Toyota Prius in de vierde versnelling, maar daarom is hij niet minder dan ’s lands enige voetballegende.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s