Auteursarchief: Annemarie Postma

KLEINE IBI WIL OOK MEEDOEN

annemarieWankelend sta ik op de pont richting Amsterdam-Noord. Ik ben op weg naar de afdeling kaakchirurgie in het BovenIJ Ziekenhuis. Met mijn rechterhand ondersteun ik mijn fiets. Met m’n linkerhand open ik een whatsappje van mijn vriend op mijn telefoon. ‘Denk aan iets leuks,’ lees ik op het scherm. Iets leuks. Iets leuks. Over krap een uur zal een man met een blauw mondkapje een verdovingsspuit in mijn ontstoken klomp tandvlees steken om er vervolgens met veel krachtwerk een rotte verstandskies uit te snijden. Ik kan zo gauw niks leuks bedenken. Alles is kut. Wat me meestal wel helpt is het denken aan mensen die zich even kut, zo niet kutter voelen dan ik.

Mijn gedachten gaan terug naar de Champions League-wedstrijd van dinsdagavond, Manchester City tegen FC Barcelona. Ik moet schaamtevol bekennen dat ik überhaupt even gemist had dat er deze week weer op Europees niveau werd gevoetbald. De Winterspelen hebben me toch weer te pakken. Inmiddels zit ik er zo diep in dat, als ik iemand in de kroeg hoor roepen dat hij een rondje geeft, ik mezelf afvraag of hij dat zal doen in een lage of een hoge eenendertiger. Maar goed, dinsdagavond geen Svendsens, Hamelins en andere vreemde namen die me binnen afzienbare tijd zeer vertrouwd zijn geworden, maar gewoon weer de Messi’s en Piqué’s. De naam van Ibrahim Afellay ontbrak. Hij zat op de tribune, zei de commentator. Vanwege ‘de moordende concurrentie binnen de selectie’.

ibrahim-afellay-bersama-ibunya-habibah-dan-kakaknya-ali-_120716075125-207Afellay was het hoofdonderwerp geweest van mijn afstudeerproject op de School voor Journalistiek. Voor een radioreportage van tien minuten was ik met zijn grote broer Ali teruggegaan naar hun ouderlijk huis aan de Van Heukelomlaan in de Utrechtse wijk Zuilen. Het voetbalpleintje voor de deur was inmiddels omgetoverd tot een speeltuin, maar Ali kon zich nog goed voor de geest halen hoe hij daar eindeloos met zijn vijf jaar jongere broertje had gevoetbald. Want er ging geen dag voorbij zonder voetbal, vertelde Ali. Op doordeweekse dagen zat kleine ‘Ibi’ met een gele leren bal in zijn handen in kleermakerszit achter de voordeur te wachten tot zijn grote broer thuiskwam van school en hem mee naar buiten nam. Een enkele keer wilde Ali alleen met zijn eigen vrienden een partijtje spelen, maar Ibrahim was het lievelingetje van hun vader en dus moest hij zijn kleine broertje laten meedoen.

Ik stelde me voor hoe Ibi dinsdagavond op de tribune had gezeten, met de gele leren bal onder zijn stoeltje, wachtend op het moment dat iemand hem op zou komen halen om met hem te spelen. Maar er kwam niemand. Ik had hem graag een appje willen sturen.  ‘Denk aan iets leuks’.

– het mooie familieportretje komt van republika.co.id

ARME MAURICE STEIJN

annemarieIk lig onder vuur. Bezig aan mijn vierde seizoen als trainer en coach van de Meisjes D1 van sv De Meer werd ik vorige week gebeld door mijn teamleider, tevens vader van één van de speelsters. Hij wilde even met me praten. Want, zei hij, hij was een winnaar. En het feit dat zijn dochter nu al vier jaar op rij alles verloor, deed zijn winnaarsmentaliteit niet goed. Sterker nog, het riep een aantal vragen bij hem op die hij graag door mij beantwoord wilde hebben.

Meisjesvoetbal 2010_5Dus daar zaten we na een maandagavondtraining van de meiden in de kantine. De gefrustreerde teamleider/vader en ik. Terwijl ik met mijn handen mijn verkleumde voeten weer tot leven probeerde te wekken, onderging ik gelaten het vragenvuur. Hoe het eigenlijk kwam dat we alles verloren. Aan de individuele kwaliteiten van de meiden lag het niet. In ieder geval niet aan die van zijn eigen dochter. Waarom de meiden, als ze om negen uur ’s ochtends moesten spelen, veel vermoeider oogden dan bij wedstrijden die pas ’s middags begonnen. Waarom zoveel speelsters altijd te laat waren. Waarom ik zelf altijd te laat was. Of ik als coach mijn voorbeeldfunctie wel serieus nam. En tenslotte, hoe ik zelf vond dat het ging. Mijn tenen begonnen te tintelen, maar voor mijn gevoel stond ik weer in de kou.

Wie zelf nooit trainer is geweest, zal ook nooit begrijpen hoe het is om trainer te zijn. Die zal niet begrijpen dat meiden van elf en twaalf jaar het begrip ‘individuele kwaliteiten’ baseren op wie de mooiste radslag kan, het langste aan de lat kan hangen en na afloop van een wedstrijd de meeste snoepjes tegelijk in de mond kan stoppen. Dat de onderlinge gesprekken vooraf in de kleedkamer niet over driehoekjes en één-tweetjes gaan, maar over de onterechte overwinning van arrogante Priscilla met haar blonde gelkuif in de battle van de Voice Kids. En dat ze allemaal het hele programma tot godbetert half twaalf hadden mogen uit kijken. En dan aan mij vragen waarom ze er op zaterdagochtend als uitgewrongen vaatdoeken bijlopen! Na deze motie van wantrouwen kan ik niet ontkennen dat een gevoel van compassie mij overviel toen ik hoorde van het ontslag van ADO-trainer Maurice Steijn. Maurice Steijn unnamedZou hij ook een telefoontje hebben gekregen van één van de ouders? “Hoi Maurice, je spreekt met de moeder van Wilfried Kanon. Mijn zoon is niet naar Den Haag gekomen om te verliezen. Hier in Ivoorkust houden wij van winnen. Wat vind je hier nou zelf van?”

Arme Maurice. Misschien hangen de spelers van ADO tijdens de training ook wel voortdurend aan de lat. Weten wij veel. Maar in de wereld van de topsport is er geen ruimte voor mededogen. Gelukkig zijn wij met de MD1 na de winterstop met een nieuwe competitie gestart. De meiden hebben beloofd dat ze vaker zullen winnen. En ik zal vaker op tijd komen.

– het meidenteam vonden we op cbsdewegwijzerslochteren.nl
– de arme, wanhopige Maurice komt van nrc.nl

DAG ANOUK

annemarieAnouk027Op zondag 30 september 2012 zat ik in een sprinter van Den Haag naar Amsterdam Centraal. Ik was net naar de uitwedstrijd van de Ajax-vrouwen tegen ADO Den Haag geweest toen ik op het perron van Den Haag Ypenburg werd aangesproken door een jongen die ik zo eind twintig schatte. Hij was ook naar de wedstrijd geweest. Ik vroeg hem waarom. Omdat hij naar elke wedstrijd van de Ajax-vrouwen ging. Waarom, vroeg ik weer. Voor Anouk, zei hij en ik zag een glinstering in zijn ogen. Hij was al heel lang fan van Anouk Hoogendijk. Ze was de liefste van alle Ajax-speelsters. Als hij haar een Twitterbericht stuurde, dan antwoordde ze altijd. Hij had haar handtekening al en hij liet me een foto zien van hun tweeën. Ze was ook nog eens de mooiste, zei hij glunderend. Toen we station Utrecht Centraal naderden ging het volume van zijn stem omhoog waardoor de intieme details van zijn liefde voor de blonde voetbalster hoorbaar werden voor de rest van de reizigers in de stiltecoupé. Toen heb ik iets gedaan waar ik me nog altijd voor schaam. Ik heb gezegd dat ik er bij Utrecht uit moest, ben uitgestapt en in een andere coupé weer ingestapt.

Sindsdien komen we elkaar bijna wekelijks tegen en speelt hij met mijn schuldgevoel door me telkens heel enthousiast gedag te zeggen. Tijdens de wedstrijden zie ik hem vanaf mijn stoeltje op de tribune op zijn vaste plek staan, rechts van de dug-out. Altijd alleen. De beide handen om het ijzeren hek geklemd als het spannend is of ontspannen in de broekzakken als de vrouwen op een veilige voorsprong staan. Onverstoorbaar houdt hij, altijd gekleed in dezelfde jas, spijkerbroek en schoenen, te midden van gillende meisjes, zijn ogen gericht op het veld en op zijn Anouk.

choco met slagroom 85b35ce2-8747-43f5-8804-262debf193acZielig is hij niet, daar ben ik inmiddels over uit, zo gelukkig als hij eruitziet wanneer hij na afloop van een wedstrijd in de kantine staat na te genieten met een kop warme chocolademelk met slagroom in zijn handen. Het predicaat van ‘obsessieve stalker’ heb ik ook verworpen. Zijn liefde voor Anouk is van hem, daar heeft verder niemand last van en Anouk zelf al helemaal niet.

Deze week tekende ze een contract bij Arsenal. Vanavond zal ze bij de wedstrijd van de Ajax-vrouwen tegen Club Brugge afscheid nemen van de fans voordat ze naar Londen vertrekt. Haar grootste fan laat ze achter met een gebroken hart. Daar kan geen warme chocolademelk tegenop.

– het fraaie plaatje van Anouk komt, hopelijk met permissie, van http://1.bp.blogspot.com

DE ANGSTAANJAGENDE 3-0

annemarieGisteren ben ik 29 jaar oud geworden. Dan krijg je dus van die berichten als ‘Geniet van dat laatste jaar voor de angstaanjagende 3-0’, op je Facebook-pagina. Alsof ik nu als de sodemieter aan een sperma-infuus zou moeten.
Voor voetballers is de naderende dertig misschien nog wel angstaanjagender dan voor vrouwen. Het is de leeftijd die ze van het ene op het andere moment doet veranderen van een ‘speler in de bloei van zijn leven’ in een ‘aftakelende bejaarde’ die vanaf dat moment in elk interview wordt gevraagd hoelang hij nog mee denkt te gaan. Ik zal niet zeggen dat ik leeftijd geen issue vind, aangezien ik vorig jaar op 8 januari om 00.00 uur in de badkamer tranen met tuiten huilde en mijn huisgenoten niet zeker wisten of ze me moesten feliciteren of troosten. Zonder een echte baan, een eigen huis, een relatie zooo30_mediumen een vast salaris vond ik mijn leven als kersverse 28-jarige tamelijk uitzichtloos. Wat dat betreft is er het afgelopen jaar weinig veranderd. Behalve dan dat ik nu een vriend heb die me af en toe een geruststellend schouderklopje geeft en zegt dat hij er ‘best wel vertrouwen in heeft dat het goed komt met mij.’

Ach. Ook in de voetbalwereld heb ik altijd al meer sympathie gehad voor de laatbloeiers dan voor de opgeschoten talentjes à la Riedewald, die vinden dat ze een schoolexamen mogen uitstellen omdat ze hun club toevallig de overwinning hebben bezorgd tegen een minder dan middelmatige club uit een stad waar de inwoners na de periode van carnaval de rest van het jaar in winterslaap gaan.

Verheugd pakte ik vanochtend dan ook de biografie van Dennis Bergkamp, het boek dat bovenaan mijn verlanglijstje had gestaan, bij het ontbijt. Ik dacht terug aan 2004, toen ik hem op zijn 35ste nog live heb zien spelen in de wedstrijd van Arsenal tegen West Ham United. Op mijn stoeltje in het oude Highbury heb ik even alleen mijn ogen gericht op de man ‘die zijn voeten liet spreken’. De drie balcontacten, Arsenal-Dennis-Bergkampdie hij had in de tien minuten dat ik hem observeerde, waren perfect. In het voorwoord lees ik de woorden ‘Dennis bewandelde de weg van de geleidelijkheid. Anders dan Cruijff en Van Basten brak hij niet onmiddellijk door maar ontwikkelde hij zich gestaag tot de voetballer die bij Arsenal als een spiritueel leider tot volle glorie kwam.’ Een man naar mijn hart. Als iemand mij voortaan een lastige vraag stelt zeg ik gewoon: ‘Ik bewandel de weg van de geleidelijkheid.’

Laat die 3-0 maar komen.

DE KERSTGROETEN VAN RIBÉRY

annemarieMorgen ga ik naar Keulen. Op zoek naar het kerstgevoel of zo. Ze hebben daar namelijk niet gewoon één kerstmarkt. Nee, ze hebben er veertien. En er rijden kerstmannen rond op Harley Davidsons met allemaal een kerstboom op de achterkant van hun motor gebonden. Heb ik van horen zeggen. En voor de culturele input moet ik op zoek naar een spooktrein, tipte iemand anders mij. Dan lijkt het net alsof er een trein aankomt. Maar toch niet. Bij wijze van kunstproject. Het soort situatie waarvan ik me had voorgenomen om er nooit in verzeild te raken. Maar tegenwoordig heb ik een vriend. En het leek hem zo gezellig om samen met mij naar een kerstmarkt te gaan. ‘Want schatje, dat moet je toch een keer meegemaakt hebben. En ze hebben er curryworsten,’ zei hij er met een smekende blik bij.
Dat laatste deed ‘t ‘m natuurlijk.

Dus, om alvast in de Duitse kerstsfeer te komen, heb ik vandaag de kerstgroet van Bayern München zitten kijken. Twee minuten en zestien seconden duurt het filmpje waarin het hele team en de technische staf, bijgestaan door mascotte Berni de beer (die ‘FYI’ een eigen Facebookpagina heeft), met kerstmutsen- en baarden uit volle borst de ultieme kerstkraker Jingle Bells zingt. Het lijkt erop alsof ze allemaal braaf de tekst uit hun hoofd hebben geleerd. Èn er straalt nog enigszins plezier vanaf ook. Maar er is er maar één die mijn hart doet smelten en dat is Franck Ribéry. Door het enthousiasme waarmee hij staat mee te klappen op de maat doet hij me denken aan een Duracell-konijn. Aandoenlijk, onvermoeibaar en op den duur irritant.

Het is nu afwachten of Ajax ook met een kerstgroet komt. Ik zie het wel voor me. Met Frank de Boer als kerstman voor op de slee, voortgetrokken door de kliek Scandinaviërs, allen met een hertengewei op hun hoofd. De rest van het elftal is verkleed als elfjes en zingt onder aanvoering van elfencommandant Daley Blind een variant op Midden in de Winternacht:

Midden in de winterstop
Gaat de geldkraan open
Overmars is gechanteerd
En zal Martens kopen

En wie niet zingt die is geen Jood.

Maar gezien de inspiratieloze videoboodschap tijdens het Amsterdamse Sportgala deze week (er stond helaas al een teamuitje gepland naar het concert van Anouk), waarin een duidelijk diep ontroerde Siem de Jong elke supporter tot in Papoea-Nieuw-Guinea bedankte voor de steun, heb ik weinig hoop dat Ajax het kunststukje van Bayern München zal overtreffen. En dat is dit keer niet de schuld van de Duitsers. Wij Nederlanders houden van lekker normaal doen. Geen glitter en glamour in de boom, maar gewoon een piek en elf ballen. Geen kerstliedjes zingen bij de open haard maar gewoon aan tafel zitten, schransen en je bek houden.

Ineens heb ik ontzettend veel zin om naar Keulen te gaan.

MET EEN VROUW MOET JE HET DOEN

annemarie
Vorige week had ik een etentje met de sportredactie van een lokale krant. Terwijl ik mijn aandacht richtte op de gigantische spies met stukjes kip-, lams- en rundergehakt die voor me op mijn bord lag, en op de stapel rijst met rozijnen en een groene peper waarvan ik had onderschat hoe heet die was, gebaarde een vrouwelijke collega naar me dat ik even opzij moest kijken. Rechts van mij waren drie van onze mannelijke collega-sportverslaggevers verwikkeld geraakt in een discussie over Wesley Sneijder en het testosteron spatte er vanaf. Alle drie waren ze er van overtuigd dat ze gelijk hadden. Sneijder hoorde niet in het Nederlands Elftal thuis. Sneijder hoorde wel in het Nederlands Elftal thuis. Sneijder was een arrogante bejaarde lul op sloffen en hoorde bij geen enkel elftal meer thuis.

“Typisch mannen”, mompelde ik, terwijl ik mijn mond bluste met knoflooksaus. “Het zal altijd lastig blijven om ons te bewijzen in deze wereld”, reageerde de vrouwelijke collega.

Familie_SneijderHoewel ik, opgevoed door een feministische moeder die zonder overleg met haar man haar eigen achternaam aan de kinderen doorgaf, deze constatering graag omver wilde werpen, wist ik dat ze gelijk had. De vraag bleef alleen hóe we ons dan moesten bewijzen. Die avond was de verleiding groot om een liter bier achterover te slaan en me vol overgave in de discussie over Sneijder te mengen. Gelukkig zag ik net op tijd in dat ik eigenlijk niks van hem wist, behalve dat hij twee broertjes had die Rodney en Jeffrey heten en dat mijn bluftechnieken nog te slecht waren voor een potje Rummikub, waardoor ik mezelf alleen maar voor lul zou zetten en daarmee het omgekeerde effect zou bereiken.

Een andere optie was om mijn shirt omhoog te trekken en keihard ‘I love Wesley Sneijder’ te roepen. Maar dan zou ik mezelf wel erg laten kennen.

Ik draaide me om naar de linkerkant, waar een gesprek tussen andere collega’s ging over een Surinaamse jongen die, toen hij negen jaar oud was, door een pigmentziekte van huidskleur was veranderd. “Het voelde alsof ik nergens bij hoorde”, zei hij. Ik knikte begripvol.

– de Sneijdertjes komen van nl.afcajax.wikia.com