Categorie archief: BLAHBLAH

VOETBLAH IS VERHUISD!

wordpressheader1

Beste bezoeker,

Vanaf heden is VOETBLAH verhuisd naar:

 http://www.voetblah.nl

We zien je daar!

KLEINE IBI WIL OOK MEEDOEN

annemarieWankelend sta ik op de pont richting Amsterdam-Noord. Ik ben op weg naar de afdeling kaakchirurgie in het BovenIJ Ziekenhuis. Met mijn rechterhand ondersteun ik mijn fiets. Met m’n linkerhand open ik een whatsappje van mijn vriend op mijn telefoon. ‘Denk aan iets leuks,’ lees ik op het scherm. Iets leuks. Iets leuks. Over krap een uur zal een man met een blauw mondkapje een verdovingsspuit in mijn ontstoken klomp tandvlees steken om er vervolgens met veel krachtwerk een rotte verstandskies uit te snijden. Ik kan zo gauw niks leuks bedenken. Alles is kut. Wat me meestal wel helpt is het denken aan mensen die zich even kut, zo niet kutter voelen dan ik.

Mijn gedachten gaan terug naar de Champions League-wedstrijd van dinsdagavond, Manchester City tegen FC Barcelona. Ik moet schaamtevol bekennen dat ik überhaupt even gemist had dat er deze week weer op Europees niveau werd gevoetbald. De Winterspelen hebben me toch weer te pakken. Inmiddels zit ik er zo diep in dat, als ik iemand in de kroeg hoor roepen dat hij een rondje geeft, ik mezelf afvraag of hij dat zal doen in een lage of een hoge eenendertiger. Maar goed, dinsdagavond geen Svendsens, Hamelins en andere vreemde namen die me binnen afzienbare tijd zeer vertrouwd zijn geworden, maar gewoon weer de Messi’s en Piqué’s. De naam van Ibrahim Afellay ontbrak. Hij zat op de tribune, zei de commentator. Vanwege ‘de moordende concurrentie binnen de selectie’.

ibrahim-afellay-bersama-ibunya-habibah-dan-kakaknya-ali-_120716075125-207Afellay was het hoofdonderwerp geweest van mijn afstudeerproject op de School voor Journalistiek. Voor een radioreportage van tien minuten was ik met zijn grote broer Ali teruggegaan naar hun ouderlijk huis aan de Van Heukelomlaan in de Utrechtse wijk Zuilen. Het voetbalpleintje voor de deur was inmiddels omgetoverd tot een speeltuin, maar Ali kon zich nog goed voor de geest halen hoe hij daar eindeloos met zijn vijf jaar jongere broertje had gevoetbald. Want er ging geen dag voorbij zonder voetbal, vertelde Ali. Op doordeweekse dagen zat kleine ‘Ibi’ met een gele leren bal in zijn handen in kleermakerszit achter de voordeur te wachten tot zijn grote broer thuiskwam van school en hem mee naar buiten nam. Een enkele keer wilde Ali alleen met zijn eigen vrienden een partijtje spelen, maar Ibrahim was het lievelingetje van hun vader en dus moest hij zijn kleine broertje laten meedoen.

Ik stelde me voor hoe Ibi dinsdagavond op de tribune had gezeten, met de gele leren bal onder zijn stoeltje, wachtend op het moment dat iemand hem op zou komen halen om met hem te spelen. Maar er kwam niemand. Ik had hem graag een appje willen sturen.  ‘Denk aan iets leuks’.

– het mooie familieportretje komt van republika.co.id

LEKKER SCHELDEN OP DE VIERDE MAN

allardDe laatste tijd verbaas ik me steeds vaker over het gedrag van trainers richting de vierde man. Wanneer je dat analyseert, kun je niet anders concluderen dan dat die hele situatie langs de lijn een wanvertoning is. Het slaat werkelijk helemaal nergens op. Want ga maar na. video-undefined-1BE83A1D000005DC-719_636x358Daar staat een man die uitleg moet geven over – veelal – het falen van iemand anders. En dat terwijl hij daar staat om de wissels te begeleiden, toezicht te houden op reserveballen en de uitrusting van de invallers. Je zou het inderdaad bijna vergeten. Want meestentijds is de vierde man scheldvoer voor de trainer. Die staat als een verwend kind verhaal te halen over een duwtje, schopje of pingeltje dat niet is gezien. Door iemand anders welteverstaan.

Ik overdrijf het nu. Maar alleen  omdat de vergelijking met die leeftijdscategorie meer dan treffend is. Trainers vertonen richting de vierde man het gedrag van een basisschoolleerling. Die rennen namelijk naar hun juf of meester wanneer een vriendje of vriendinnetje niet zo lief is geweest. Want dat mag toch niet! Dat is niet aardig! Nu is dat op een basisschool de normaalste zaak van de wereld. Want het zijn kinderen. Van een jaar of 8 á 9. Die verklaring gaat niet op voor een gemiddelde voetbaltrainer.

Die klaagt steen en been over die man met de fluit. Beter bekend als het vriendje van de vierde man die niet zo lief is geweest. En dat mag toch niet. Of de vierde meester daar alsjeblieft iets aan wil doen. Inmiddels doet de vierde man doodleuk mee met het circus. Want als het trainertje niet luistert, moet hij in een hoekje gaan zitten op de tribune. Het zijn werkelijk waar allemaal net kleine kinderen. En daar zitten wij naar te kijken en laten het gebeuren. Ik kan me ook geen enkele andere sport bedenken waar dit ook het geval is. Dat de trainer een man krijgt aangeboden waar hij lekker op kan schelden. Het zal aan mij liggen, maar ik kan er met mijn verstand niet bij.

OUD PAPIER

abrahams
gele zwembroekNieuwsgierigheid is dodelijk. Soms ontdek je zaken die beter bedekt hadden kunnen blijven. Onlangs begon ik, in een oude Volkskrant die al een week rondslingerde, aan een artikel over Dries Roelvink. Sindsdien is het mis. Dries Roelvink is de zanger van het liedje dat je op de achtergrond hoort als je op een braderie je tanden in een broodje beenham zet. Roelvink is de volkszanger die geïmiteerd wordt, laat op de avond van het zilveren bruiloftsfeest van ome Henk en tante Els als de gevulde eieren al door het café vliegen.

Het artikel in die oude krant zet mijn leven op zijn kop. Alle langzaam opgebouwde zekerheden in mijn leven zijn ineens niets meer waard. Voetballers, zo dacht ik jarenlang, trainen hard en maken mooie doelpunten in stadions. Volkszangers daarentegen, zingen met gesloten ogen over het houten been van oma Beppie en lopen in veel te gele zwembroeken vrolijk te wezen in reclamefilmpjes. De voetbalwereld en die van de smartlap, zo veronderstelde ik, waren twee gescheiden universums. Twee parallel voortkabbelende melkwegstelsels zonder raakpunten in een oneindig heelal. Het stukje in de Volkskrant, en nu komt het, onthulde dat Roelvink vóór zijn zangcarrière profvoetballer was. Dries pulkte in zijn jonge jaren een contract los bij FC Amsterdam.

Verbijsterd legde ik de krant terzijde, ik sloot de gordijnen en trok de stekker van de telefoon uit het contact. Ineengedoken, verstopt achter een kast, probeer ik deze nieuwe waarheid te verwerken. Roelvink als voetballer: dit  heeft tijd nodig.
Ik ben bang nu voor de toekomst. Elk weekend verlekkerde ik me aan het voetbal. Heerlijke wedstrijden waarin jonge spelers onbevangen over de Nederlandse velden dartelden. Die pretoogjes van Wijnaldum, de stoere dijen van Yannick Wildschut, het bloemkoolhoofd van Davy Klaassen.

Ik ben nu als de dood dat het frivole spel van Guus Hupperts binnenkort gaat eindigen. Dat hij niet langer na de wedstrijd tegen Van Gangelen vertelt hoe hij Bram van Polen dolde, maar dat hij met zachte g bekend maakt gegrepen te zijn door een nieuwe passie: klassieke muziek. Guus Hupperts over enkele jaren op het Vrijthof in Maastricht als de nieuwe André Rieu, ik kan dat niet aan. Of nog erger. Dat hij na alle concerten met die klootviool ineens zonverbrand opduikt in een commercial voor een of andere reisorganisatie.
In een gele zwembroek.

HET GROS VAN ONS KAN ER GEEN HOUT VAN

allardAfgelopen zaterdag was een verdomd mooie voetbaldag. Het zonnetje stond aan een strak blauwe hemel bij een graad of 18. Helaas zat ik in de lappenmand, maar een potje kijken was onder die omstandigheden geen straf. Ik positioneerde mij tussen veld 1 en 2, zodat ik kon schakelen tussen de wedstrijd van het eerste en die van het vierde. Met name de wedstrijd op veld 2 trok mijn aandacht. Anderhalf uur lang zag ik 22 mannen voetballen die zichzelf veel en veel te serieus nemen. Alsof ze Champions League spelen. Want er moét gewonnen worden natuurlijk. En dus zag ik de aanvoerder van de tegenpartij, met zo leek de reservebal onder zijn shirt, een scheidsrechter van 21 verrot schelden. Zag ik aanslagen voorbijkomen waarvoor je aangifte kunt doen. En zag en hoorde ik vooral heel veel gezeik. En bar weinig plezier.

image-4007446Begrijp me niet verkeerd. Ook ik vind het schitterend om een wedstrijd te winnen. Maar het is toch echt het leukste om lekker te voetballen. Zo speelde ik een van mijn mooiste wedstrijden vorig jaar uit bij HHC Hardenberg. Het werd 4-4. Allebei volle bak op de aanval. Staande ovatie van het publiek. Dat was overigens een wedstrijd in de Topklasse, waar je dus nog kunt spreken van een behoorlijk niveau. Speel je echter in het vierde van Habbekutteveen, dan behoort dat winnen ondergeschikt aan plezier te zijn. En aan fatsoen. Het is eerder lachwekkend wanneer je met je obese lijf naar een scheidsrechter moet hollen om hem met verschillende ziektes te vertellen dat hij er geen reet van kan. Want stel je voor: zo meteen verlies je de wedstrijd en moet je dat maandag op je werk vertellen. Sneu. Fanatiek zijn mag. Moet zelfs. Want dat is van alle niveaus. Maar de sociale controle die dat fanatisme in goede banen leidt, is dat juist niet.

Het probleem is dat wij voetbal spelen en beleven zoals we dat op de tv zien. Het besef dat dit een totaal ander spelletje is dan dat van ons, ontbreekt bij velen. Word eens wakker! Het gros van ons kan er geen hout van.  Heel erg is dat niet, zolang je dat maar weet en ernaar handelt. De wereld vergaat niet als jij op een bijveld onterecht voor buitenspel wordt afgevlagd. Natuurlijk, kampioen worden met het vijfde is leuk. Maar dat is vooral leuk omdat je dat samen met vrienden hebt gedaan. Niet omdat je zo briljant kunt voetballen. Voetbal je ergens in een lager elftal, doe dat dan omdat je het leuk vindt en je een mooie sport wilt beoefenen. Doe dat vooral niet omdat je elke wedstrijd wilt winnen. Dat gaat namelijk ten koste van jouw en vooral mijn plezier.

MIJN BALLENOPDEBERGBRILJANTJES – deel 2/slot

WEEKEND-mazuro
BODB-logo 998814_349614881832138_1569175337_nNog één keer dan. Omdat het zo mooi was. Omdat ik alleen nog maar updates heb geschreven en nog niet heb teruggeblikt. Omdat ik er met hart en ziel mee bezig ben geweest en op de dag zelf een beetje als een stresskip zonder kop heb rondgelopen. Toch zijn me gelukkig vele dierbare herinneringen bijgebleven en een paar daarvan wil ik hier met jullie in tweeën delen. Gisteren deel I, vandaag deel II, tevens slot. In willekeurige volgorde.

Frans Thijssen
Sorry FCW-ers, het was jullie dag. En terecht. Maar zó dicht was ik nog nooit bij een van mijn grote voetbalhelden geweest. Dus móest ik met hem op de foto. Tijdens de wedstrijd zag ik, Met Frans Thijssen BODB 1174948_379506815509611_239081991_nals waren het vertraagde beelden in herhaling, nog een paar van die typische kapbewegingen met buitenkant rechts. Maar Frans was veel meer dan de kappen en draaien. In Engeland, bij Ipswich Town, waar men voetbalklasse op waarde weet te schatten, is hij nog steeds een absolute grootheid. En niemand die zich daar minder van bewust is dan Frans zelf.

Ger ‘Piki’ Meurs
U moet weten, ook ik heet Meurs. Een veel voorkomende naam in het Wageningse, ontdekte ik gaandeweg. Toch heb ik er, voor zover bekend, geen familie wonen.Ger Piki Meurs BODB 1231615_379508678842758_1428467466_n Ger Meurs bleek als voetballer een begrip te zijn bij FCW. Met de bijnaam ‘Piki’. Niemand wist mij te vertellen waar die vandaan kwam. Ger was ook van de partij bij Oud-FCW tegen Oud-Vitesse, dus zag ik mijn kans schoon om hem ernaar te vragen, terwijl hij ongeduldig trappelend stond te wachten op een invalbeurt. En dan moet u zich een dikke zestiger voorstellen met het uiterlijk van een fabrieksdirecteur. Wat blijkt. Zijn medespelers hebben ‘m vernoemd naar Armando Picchi, de vleesgeworden libero van het Inter Milaan uit de jaren ’60. Ik: “Aha, dus u was laatste man?” Ger: “Welnee joh, ik was een echte spits, ik stond alleen maar balletjes af te wachten.” Voetbalhumor.

Technisch Hart
Technisch Hart BODB 1187003_379509782175981_673221249_n
Daar zit ik dan. Nog net niet onder één paraplu met Abe van den Ban en David Endt. Het Technisch Hart van FC Blogbroeders. Drie mannen, gebroederlijk naast elkaar, met ieder voor zich een totaal verschillende achtergrond, maar met één overeenkomst: een echt voetbalhart.

Frits van der Klift
Ook een voetbalbegrip in het Wageningse. Speelde ruim 300 wedstrijden voor de groen-witten. Frits was op D-Day ’s morgens al om 8.30u op De Berg present om mee op te bouwen en deed ’s avonds zowat het licht uit. Frits van der Klift BODB 1009876_10201386247130410_980550434_nOnderwijl voetbalde hij zijn partijtje nog mee met Oud-FCW en leverde een belangrijke bijdrage aan de omzet van de bierpomp. Getooid in zijn FCW-shirt bleek hij ’s avonds op de dansvloer nog net zo lichtvoetig als tijdens de revival van de aloude derby eerder op de dag. De aanblik van het volop plezier belevende FCW-icoon Frits van der Klift was voor mij een van de hoogtepunten van deze onvergetelijke dag.

Kik van der Tak en Willem H. Straatman
Natuurlijk. Teveel mensen om op te noemen hebben hun bijdrage geleverd aan Ballen op de Berg. Van mijn blogbroeders tot aan de spelers. Van de vrijwilligers tot aan de genodigden. Kik en Willem BODB 1236713_379512752175684_1508486288_nMaar deze twee mannen hebben bergen werk verzet, moesten dealen met bijdehante bloggers, een lawine aan Facebook-berichten en e-mails verwerken, interne strubbelingen overwinnen en zijn daarbij keihard overeind gebleven. Sterker nog, deze Vrienden Van Vereniging Stadion De Wageningse Berg zijn ook onze vrienden geworden. Kik en Willem, voor alles mijn hartelijke dank!

Ps. Op de laatste foto Kik 2e van rechts en Willem uiterst rechts. Heb alleen van hen beiden geen foto kunnen vinden, het ultieme bewijs van mannen op de achtergrond.

– alle foto’s zijn gemaakt door Marco Magielse, behalve die van Frits van der Klift. Deze is afkomstig van Sander van Dijk.

MIJN BALLENOPDEBERGBRILJANTJES – deel 1

WEEKEND-mazuroBODB-logo 998814_349614881832138_1569175337_nNog één keer dan. Omdat het zo mooi was. Omdat ik alleen nog maar updates heb geschreven en nog niet heb teruggeblikt. Omdat ik er met hart en ziel mee bezig ben geweest en op de dag zelf een beetje als een stresskip zonder kop heb rondgelopen. Toch zijn me gelukkig vele dierbare herinneringen bijgebleven en een paar daarvan wil ik hier met jullie in tweeën delen. Deel I. In willekeurige volgorde.

Abe van den Ban: ‘Hein, je ken op me rekenen’.
Natuurlijk wilden wij, FC Blogbroeders, Abe weer als succescoach in onze stammenstrijd tegen het journaille. Ik was nog maar net begonnen om uit te leggen waarvoor ik hem wilde vragen, of Abe sprak deze gevleugelde woorden. En hij was er. Even als tussenstop op doortocht naar Hongarije. Bijna klokslag afgesproken tijd komt hij De Wageningse Berg op lopen. Een hartelijke begroeting, een mooi weerzien met co-icoon Gerdo Hazelhekke en met Eddy Poelmann, Abe bij BODB 1236497_379513068842319_602482713_neen gulle lach voor Jan, alleman en de smartphones. Zijn bestelautootje op weg naar de kleedaccommodatie heeft geen plek voor een passagier, want is volgepropt met spullen voor Hongarije. In de kleedkamer legt hij de meeste woorden in de mond van teamchef David Endt en beperkt Abe zich tot de essentie: ‘Jongens jullie weten het hé, we proberen het voetballend op te lossen, maar als dat niet lukt, dan..’. Waarna een veelbetekenende armbeweging volgde.
Na afloop van onze voorwedstrijd is Abe dus meteen verdwenen. Want heeft nog zo’n 1300 kilometertjes voor de boeg. Ik kan ‘m nog net een attentie aanbieden, waarvoor hij ook nog maar net ’n plaatsje vindt in zijn volgeladen auto. Dag Abe. En bedankt!

Dokter Ab Wit.
Dan moet ik er even bij vertellen dat mijn echtgenote ook van de partij was. Het viel me al op dat ze in de kantine (want van businesshome willen we niet weten op een retrovoetbalevenement) geruime tijd in een geanimeerd gesprek was verwikkeld met een vitale, gedistingeerde man op ver gevorderde leeftijd. Pas enige tijd later kwam ik er achter dat dit de oud-voorzitter van FC Wageningen was en tevens de founding father van het fenomeen nacompetitie. Dr. Ab Wit BODB 1235510_379511018842524_334887260_nDe man die wij de officiële aftrap wilden laten verrichten van het hoofdaffiche Oud-FCW – Oud-Vitesse. De man die nu zelf een doos frikandellen overhandigd zou krijgen, een traktatie die hij in betere FCW-tijden zelf in petto had voor de selectiespelers. De man ook wiens naam in onze voorbereiding hardnekkig werd verbasterd, waarschijnlijk the story of his life. Voor mij was de aanwezigheid van dr. Ab Wit een van the stories of the day.

Marco Magielse.
Eminent huisfotograaf en dus verantwoordelijk voor al die prachtige plaatjes. Mijn chauffeur op diverse voorbereidingstripjes naar Wageningen. Mocht meevoetballen met FC Blogbroeders. Werd de 2e helft ingebracht bij een schier kansloze 0-3 achterstand. Marco Magielse controleert - BODB 13871_380226728770953_9943464_nEn was met 2 schitterende treffers hoofdschuldig aan de wonderbaarlijke revival van de aanvankelijk veel te bleue bloggers. Passeerde daarbij tot 3x toe (want verzilverde ook zijn pingel in de pienantiereeks) NAC-fanaat Sjoerd Mossou, voor wiens boeken Marco tal van foto’s heeft aangeleverd. Als de bescheidenheid zelve vierde Marco zijn feestje uiterst ingetogen, maar ik hoorde hem inwendig juichen en jubelen tot in zijn tenen.

Ps. Natuurlijk zijn de foto’s van huize Magielse, allemaal te zien op onze onvolprezen Facebook-pagina. Maar alleen de eerste twee zijn van Marco’s makelij, de laatste is van zijn broer Ron. Wiens familie-eigen bescheidenheid het verhinderde om een close up van broederlief te schieten. Toch, de man die hier feilloos de bal controleert is topschutter Marco. Waarvan akte.

Morgen deel II