THE PHILOSOPHY OF FOOTBALL

In de rubriek The Philosophy of Football bieden we u een serieus stukje denksport. Hieronder weet bedrijfskundige en filosoof Vincent van der Pas twee volstrekt verschillende werelden op uitdagende wijze aan elkaar te koppelen. Dit betekent ongetwijfeld een intellectuele uitdaging voor de gemiddelde voetballiefhebber, maar wij onderschatten de verstandelijke vermogens van onze lezersschare allerminst.

We zijn alweer toe aan de vijfde aflevering met als onderwerp de Canadese psycholoog Steven Pinker en zijn vuistdikke boek over geweld: The Better Angels of Our Nature: Why Violence Has Declined. Hieruit valt een en ander te leren over waarom wij voetballers altijd maar één ding willen: winnen. De vorige vier edities van The Philosophy of Football  zijn onder het artikel te vinden.

V
STEVEN PINKER & WINNEN
door: Vincent van der Pas

Er wordt bij voetbal over van alles gediscussieerd. Wie is de beste spits? Waar zetten we druk? Lange ballen of combinatiespel? Via de flanken of recht door het centrum? Was de scheids partijdig? En welke schoenen dragen we op kunstgras? Maar één ding staat altijd vast: We Willen Winnen!

Waarom eigenlijk?

Je zou toch net zo goed een potje kunnen spelen zonder punten te tellen? Een potje waarbij alle spelers blij van het veld lopen en zichzelf, elkaar en hun tegenspelers op de schouder slaan voor al die mooie schoten en acties. Een potje waarbij geen briesende coaches langs de kant staan te foeteren na een verkeerde bal of gemiste kans. Klinkt eigenlijk best gezellig, maar dat kan dus niet.

De Canadese psycholoog Steven Pinker geeft ons daarvoor een aantal redenen in zijn magistrale boek ´The better angels of our nature´. In dit werk onderzoekt Pinker de eeuwenlange ontwikkeling van geweld en bestrijdt hij met verve het hedendaagse beeld van een almaar meer gewelddadige samenleving. We zijn juist steeds rationeler en beschaafder geworden; het gebruik van geweld is gepacificeerd en vindt gecontroleerd plaats in bijvoorbeeld de sport. Een onderdeel van zijn analyse bestaat uit het op een rijtje zetten van de belangrijkste menselijke drijfveren. Daaronder zijn drie drijfveren die ons uitstekend helpen te begrijpen waarom we zo graag willen winnen. Niet met geweld dus, maar binnen de grenzen van de sport.

De eerste, en meest cruciale, drijfveer is de natuurlijke drive voor dominantie. We zijn inmiddels de steppe ontgroeid, en de meesten van ons hoeven niet meer te vechten voor het vrouwtje, maar dat wil niet zeggen dat we niet meer willen domineren. Een voetbalwedstrijd is een prachtige kans voor jonge mannen om te domineren over andere jonge mannetjes en zo een plek in de schijnwerpers te bemachtigen. Lichaamstaal spreekt hierbij boekdelen. Denk aan de hangende schouders of terneergeslagen blikken bij een nederlaag (een erkenning van dominantie van de tegenstander) en de uitgelaten, hoog opgerichte kin van winnaars die met de lach op het gezicht de handen gaan schudden. Hierin verschillen we bovendien niet ver van onze naaste verwanten; zo heeft de Nederlandse primatoloog Frans de Waal ontdekt dat ook mensapen elkaar de handen schudden of zelfs gaan knuffelen na afloop van een gevecht om dominantie. Want we willen wel domineren, maar dan moet de ander zich na afloop schikken in zijn lot, zodat jij je veilig kan voelen in je nieuwe positie.

De tweede drijfveer is ongetwijfeld groepsdruk. Groepsvorming doet hele rare dingen met mensen; één van de belangrijkste effecten van groepsdruk is dat mensen zich (zonder duidelijke reden) gaan vereenzelvigen met hun eigen groep en zich gaan afzetten tegen mensen van een andere groep. Dat heeft gezorgd voor een heleboel moois, want binnen de groep kun je andere mensen vertrouwen en kun je dus taken gaan delen en profiteren van elkaars werk zodat je langzaam een samenleving opbouwt. Maar het zorgt ook voor ellende, omdat het iedereen die buiten de groep staat marginaliseert. Bovendien wil men ook in groepsvorm dominant zijn. Sterker nog, Pinker wijst er fijntjes op dat individuen die succesvol willen domineren, op zoek moeten naar medestanders die hen helpen om dat doel te bereiken. Groepsvorming zorgt er dus voor dat ‘alle neuzen dezelfde kant op staan´ en de groep heeft ingenieuze manieren om af te rekenen met individuen die het belang van de groep (dominantie) ondermijnen. De meest gebruikte methode in het voetbal is een enkeltje naar de reservebank.

En tenslotte wijst Pinker er op dat onze hersenen zijn geprogrammeerd om plezier te halen uit het nastreven en bereiken van een doel. Daarom vinden we het zo leuk om te jagen, om te trainen voor een marathon, of om op zoek te gaan naar wraak. En het bereiken van dat doel geeft ons zó veel vreugde dat we het met liefde nog een keer doen. Daar zijn evolutionair gezien een heleboel redenen voor. Jagen vinden we leuk omdat we eten nodig hebben, wraak nemen vinden we leuk omdat het ons beschermt tegen geweld van anderen (omdat ze weten dat we met veel plezier achter hun aan komen als ze ons iets aandoen). En daarom vinden we het zo fijn om precies te weten wat we op het veld moeten doen: Winnen!

Voorlopig zal er dus geen einde komen aan competitievoetbal. Het is een voortzetting van de menselijke strijd voor dominantie, maar dan met humane middelen, zoals dat past in het verhaal van de almaar veiligere wereld die Pinker voor ons beschrijft.

IV
MACHIAVELLI & GUUS & LOUIS
door: Vincent van der Pas

Niccolò Machiavelli is zonder twijfel de beroemste en waarschijnlijk beste schrijver over leiderschap. Deze 16e eeuwse Florentijn bundelde alle kennis die hij in zijn lange loopbaan als diplomaat, geschiedkundige, filosoof en schrijver had verzameld in een klein boekje genaamd Il Principio. Hij was ervan overtuigd dat de heerser die die zijn regels bestudeert en volgt, het verdeelde Italië zou kunnen verenigen om weerstand te bieden aan het machtige Franse koninrijk.

Machiavelli zou de vereniging van Italië niet meer meemaken, maar zijn werk heeft een grote stempel gedrukt op koningen, prinsen en keizers die na hem kwamen. Tegenwoordig is zijn reputatie dubieus. ´Machiavellistisch gedrag´ wordt toegeschreven aan despoten, machtswellustelingen en dictators. Echte democraten willen niets met hem te maken hebben, maar onze realpolitik staat verdacht dichtbij de ideeën die hij in Il Principio heeft opgeschreven.

Gelukkig is een voetbalclub geen democratie en de voetbalcoach geen democratisch gekozen leider. Dus kan een coach de regels van Machiavelli gretig toepassen. Die regels passen prima bij het voetbal, want Machiavelli was een utilist en hij deinsde niet terug voor listige truken en vals spel om zijn doel te bereiken. En bij voetbal heiligt het doel de middelen, dat weten we al sinds 1974.

Voetbalcoaches kunnen veel leren van Machiavelli en één van de vele interessante punten is  Machiavelli´s onderscheid tussen twee typen ´prinsdommen´ en de vereiste managementstijl. Precies datzelfde onderscheid zien we terug tussen bijvoorbeeld Van Gaal en Hiddink. Beide zijn succesvol onder volstrekt verschillende omstandigheden en lijken met bepaalde teams beter te presteren dan met andere. Dat zou heel goed te maken kunnen hebben met het type elftal of ´prinsdom´ dan zij moeten managen, dus laten we eens kijken naar die prinsdommen waar Machiavelli over schreef:

Het eerste prinsdom is het 16e eeuwse Turkije. Daar was macht in handen was van één leider die geheel naar eigen inzicht en voorkeur de sleutelposities invulde. Er was geen oude adel of machtige ridderorde en het hele Turkse systeem was gericht op het dienen van de belangen van één leider. Het veroveren van het Turkse rijk was daarom bijna onmogelijk, maar eenmaal verovert was het eenvoudig te managen. Men moest enkel afrekenen met de allerfanatiekste aanhangers en familieleden van de oude leider en daarna kon men zijn plaats innemen aan de top van de piramide. Geen enkel lid van de heersende klasse kreeg de kans om populairder te worden dan de leider, en dreigde dat wel te gebeuren dan werd hij simpelweg vervangen.

Het tweede type prinsdom is het Franse koninkrijk. Dat was welliswaar groot en sterk, maar ook erg verdeeld en vol met ambitieuze baronnen, prinsen, ridders, en troonpretendenten. Het binnenvallen van Frankrijk ging relatief eenvoudig, omdat er altijd wel een muitende edelman klaar stond om zijn geluk te beproeven in een verbond met Italianen, Spanjaarden, Engelsen, Duitsers. Maar eenmaal veroverd bleek het een zware taak om dat systeem te managen. Elke edelman wilde privileges, een mooie positie aan het hof, vrijheid, veel goud en als hun eisen niet werden ingewilligd dan kwamen ze aanmarcheren met hun legers.

Beide typen prinsdommen vereisten een totaal verschillende managementstijl. Het Turkse rijk was gebaat bij een duidelijk zichtbare leider, een systeemmanager die met met micromanagement zijn rijk tot in de kleinste uithoek onder controle houdt. Het Franse rijk was gebaat bij een people manager, een leider met oog voor andermans belangen, die niet bang is voor populaire edelmannen en iedereen het gevoel geeft belangrijk te zijn.

En diezelfde match is in het topvoetbal vereist. Louis van Gaal presteert met jonge spelers die zich snel aanpassen aan zijn autoritaire stijl waarin weinig ruimte is voor sterren en vedettes. Terwijl Hiddink het beste haalt uit (voormalige) sterspelers en spelers die hij het gevoel geeft te schitteren ter meerdere glorie van zichzelf en het team. Machiavelli had Van Gaal had dus graag gezien als Turkse sultan en Hiddink hoort natuurlijk thuis in Versailles.

III
HEGEL & het EK VOETBAL

door: Vincent van der Pas

Hele steden liggen plat tijdens de wedstrijden en wie bij het aanstaande EK niet oranje kleurt wordt meewarig nagekeken. Vanuit alle windhoeken sturen landen hun beste 11 spelers naar één plaats met als doel het overwinnen van de tegenstander en het naar huis brengen van een grote, glimmende beker.

Ik vraag mij wel eens af of we zonder voetbal een andere sport hadden gehad met deze impact. En je hoeft alleen maar naar Amerika, Engeland en India te kijken om te zien dat football, basketball en cricket de leegte direct zouden opvullen. Een strijd tussen de sterkste mannen spreekt tot onze verbeelding. Het is overzichtelijk, eerlijk, we kunnen ons identificeren met de hoofdrolspelers en het geeft een duidelijke scheiding tussen winnaars en verliezers.

Daar zit dan ook de aantrekkingskracht van een EK voetbal. Een echte (oorlogs)strijd willen we niet meer, daar hebben we inmiddels genoeg van, maar ieder substituut, iedere mogelijkheid om te tonen dat ons land nog steeds sterker is dan de andere, wordt door 16 miljoen mensen aangegrepen.

De Duitse filosoof Hegel zou een grote fan zijn van het EK. Hij zag het als de onontkoombare plicht van landen om zich te ontwikkelen tot een zelfbewuste entiteit die zich afzet tegen andere landen. En in de strijd met een ander land heeft een burger de heilige plicht om: zich als individu weg te cijferen en een rol te spelen in het grote mechanisme; absolute gehoorzaamheid te tonen, persoonlijke meningen en overwegingen opzij te zetten en tegelijkertijd een complete focus en  scherpte te hebben om op de beslissende momenten de tegenstander zo scherp mogelijk te bestrijden, ongeacht of je de tegenstander kent of misschien zelfs sympathiek vindt. Dat is een hele mond vol, maar deze 19e-eeuwse beschrijving van de burgerplicht lijkt verdacht veel op het ideale karakterprofiel van de Oranje-spits.

We geven macht aan Brussel, we ontsnappen aan een Eurocrisis door internationale steunfondsen op te richten en zijn voor ons pensioen afhankelijk van Silvio Berlusconi. Daar stemmen we wel eens tegen, maar echt protesteren doen we niet. Waarschijnlijk omdat belastingwetgeving, banksteun en obligatiefondsen ons niet aanspreken. Maar interessant is de dag waarop het voorstel komt om  Oranje op te nemen in een Europees voetbalelftal.

Hegel zou zich allang hebben afgewend van de Europese Unie. Een echt land bestaat door de vergelijking met andere landen tegen wie het zich afzet en met wie het concurreert. En 19e-eeuwse voorvechters van een supranationale superstaat verweet hij ontzettend weinig te begrijpen van het natuurlijke verlangen van de staat om tot in de lengte van dagen soeverein en vrij te blijven.

De Europese Unie heeft Hegel ongelijk gegeven, maar bij het volgende EK staan Onze Jongens gelukkig weer in slagorde opgesteld om af te rekenen met die vieze Duitsers, zeikerige Portugezen en arrogante Fransozen!

II
MICHELS & NIETSCHZE

door: Vincent van der Pas

Na een wedstrijd het veld aflopen met bloedende benen en een gehavend gezicht. Pijn in de enkel en een blauwe teen, maar je hebt gescoord en gestreden voor je team. Die eikel met z´n puntige knieën ving je mooi op de elleboog en na een paar minuten kreeg hij helaas weer lucht. Het was hard, maar fai…, nee het was gewoon hard.

Rinus Michels zei het al: voetbal is oorlog. Een klein veld waar andere regels gelden voor eenieder die het durft te betreden. Een plek waar alles draait om strijd, winnen en domineren.

De meeste filosofen zijn beroemd geworden met hun roep om rede, verdraagzaamheid, democratie en empathie. Maar er is een handvol filosofen dat geloofde in een geweldadige menselijke natuur. Geïnspireerd door het werk van Darwin en zijn survival of the fittest, roemden deze denkers de mens als een agressief, assertief en dominerend wezen dat zonder medelijden te werk moet gaan. De beroemdste van deze filosofen is Friedrich Nietzsche.

Nietzsche was een Duitse filosoof uit het einde van de 19e eeuw en hij is in diskrediet geraakt door de Tweede Wereldoorlog. De nazi´s kopieerden zijn ideeën over de Übermensch (door Nietzsche beschreven als: het blonde beest) en gebruikten het voor hun propaganda. Pas in de laatste paar jaren is de interesse voor zijn werk weer toegenomen en hij wordt nu meer gezien als een ´levensfilosoof´ dan als een sterke theoreticus.

De belangrijkste lijfspreuk van Nietzsche was: wordt wie je bent. En hij roemde de ´wil tot leven´ die hij meende te herkennen in koningen en despoten die weigerden om rekening te houden met de zwakkeren. In feite is zijn hele filosofie te lezen als een kritiek op het Christendom. Deze houdt in dat het Christendom de mensen zwak houdt door ze het lijden van Christus als hoogste goed voor te houden. Nietschze was er ook van overtuigd dat het geloof in een hemel de aandacht afleidde van het echte leven hier op aarde.

Één van zijn sterkste voorbeelden is de parabel van het lammetje en de arend. De lammetjes zijn zwak en zien de machtige arend daarom als het ´kwaad´. Maar de arend is niet kwaad, hij is sterk en machtig, en hij houdt van de lammetjes omdat ze zo lekker smaken. De Übermensch is niet kwaad, hij is enkel sterk en machtig en het is verkeerd als hij zich gedraagt als een lammetje.

Zijn werk is doordrenkt met antisemitisme, Nietzsche geloofde namelijk dat de Joden zich met opzet in de rol van het slachtoffer hebben gedrukt door Christus te vervolgen. Maar Nietzsche zou de jodenvervolging ten strengste afkeuren omdat zijn Übermensch geen haat kan voelen (de arend houdt toch van de lammetjes).Zijn werk is prachtig geschreven, maar je moet zijn confronterende stijl wel leren waarderen.

Bovendien is het voetbalveld is één van de laatste plaatsen waar zijn filosofie in de praktijk wordt gebracht. Daar is geen plaats voor medelijden of rede, daar geldt alleen het recht van de sterkste. Met groot enthousiasme staan we elke week weer op het veld om 90 minuten lang ´mens´ te zijn. Groot, sterk, snel, dominerend en doelmatig agressief, voetbal is oorlog! En na de wedstrijd keren we  terug naar de echte wereld waar (gelukkig) de regels gelden van andere filosofen.

I
CRUIJFF & KANT

door: Vincent van der Pas

Binnen filosofische kringen wordt de Duitser Immanuel Kant vaak gezien als de belangrijkste denker sinds Aristoteles. En hoewel zijn werk inmiddels meer dan 200 jaar oud is en er talloze kritieken over zijn geschreven, blijft de fascinatie voor zijn filosofie bestaan. Alleen al in de afgelopen vijf jaar zijn hierover meer dan 20.000 boeken verschenen en er is geen reden om aan te nemen dat zijn invloed op ons denken binnen afzienbare tijd zal afnemen.

Als Kant een voetballer was geweest, dan toch waarschijnlijk Cruijff. Kant combineerde het werk van zijn voorgangers tot een totaalsysteem dat het gehele filosofische veld bestreek en dat door zijn verbluffende succes een inspiratie werd voor velen na hem. Niet alleen eiste Kant voor zichzelf de vrijheid van denken en handelen die Cruijff bezat op het veld, hij was ook een groot bewonderaar van schoonheid. En ondanks het feit dat hij zelden te vinden was in musea, theaters of concertgebouwen, waren zijn ideeën over schoonheid zo overtuigend dat die de basis vormden voor al het latere werk over esthetica, net zoals de ideeën van Cruijff de basis vormden voor het door ons zo bewonderde voetbal van Barcelona. En als wij willen weten wat een mooi doelpunt is, zullen we daarom moeten beginnen bij het werk van Kant en onderzoeken of er binnen zijn filosofische systeem een plek is voor de pareltjes van Cruijff.

Kant ontwikkelde een onderscheid tussen twee vormen van schoonheid, de eerste noemde hij ‘vrije schoonheid’ en de tweede noemde hij ‘gebonden schoonheid’. Vrije schoonheid zag hij terug in de natuur, in bloemen, in een uitzicht, maar ook in het patroon van behang. Gefascineerd door deze vorm van schoonheid beschreef Kant de daarin door hem ontdekte afwezigheid van iedere vorm van ‘betekenis’. En hij beweerde dat alleen datgene wat voor ons volstrekt betekenisloos is en geen enkele functie heeft, een vorm kan zijn van vrije schoonheid. Maar hiermee sluit hij een heleboel zaken uit die wij wel degelijk als mooi ervaren, zoals een muziekstuk, een film of een gebouw.

Gelukkig voor ons (en voor de houdbaarheid van Kants theorie) introduceerde Kant ook nog de ‘gebonden schoonheid’. Deze vorm staat voor hem veel lager in aanzien dan vrije schoonheid maar hij is voor ons wel een stuk bruikbaarder. Want een vorm van gebonden schoonheid mag wel degelijk gemaakt zijn om te entertainen of the imponeren, zolang je dat aspect maar kunt negeren om simpelweg van de schoonheid te genieten. Denk hierbij aan een paleis dat je mooi vindt ook al ben je republikein, aan een Ferrari ook al stem je GroenLinks, of aan een goal van Cruijff ook al woon je in Madrid.

Binnen de theorie van Kant vinden we daarom een plaats voor mooie doelpunten. Een mooi doelpunt heeft immers een functie binnen de regels van het spel, heeft daarom betekenis en is daarom een vorm van gebonden schoonheid. Natuurlijk zijn er mensen die de betekenis en functie van voetbal in twijfel trekken. Zo heeft Gerard Reve ooit gezegd dat hij zo’n hekel heeft aan voetbal dat hij altijd hoopt dat beide teams verliezen. Maar daarmee bewijst hij juist dat voetbal voor hem betekenis heeft (zij het negatief). Kant zou hier echter benadrukken dat een mooi doelpunt alleen maar mooi is als we vergeten dat we naar een voetbalwedstrijd kijken, en daarin schuilt de kracht van zijn filosofie! Want het doet er totaal niet toe of het doelpunt winnend, gelijkmakend of volstrekt onbelangrijk is, het enige dat telt is de totaal onverwachte schoonheid die niemand zag aankomen en die iedereen ervaart.

En in die ervaring ziet Kant de mogelijkheid om mensen hun zelfbewustzijn en autonomie te laten ontwikkelen, op een manier die sterk doet denken aan de trots die Catalanen danken aan Cruijff. Want het spel van Cruijff toonde Catalonië een schoonheid die verder ging dan winst of verlies, een schoonheid die kenmerkend is geworden voor het spel van Barcelona waarin mooi voetbal en effectiviteit onlosmakelijk verbonden zijn in een overdonderend spektakel.

——————————-
Vincent van der Pas (1984) is een bedrijfskundige die ook filosofie studeerde. Hij resideerde de afgelopen tijd in Portugal en Engeland om de plaatselijke FC´s te bestuderen zodat hij na terugkomst bij zijn club DVVA een volledig nieuw soort voetbal kon introduceren. Hij vindt het waanzinnig dat volwassen mannen zich iedere week met grenzeloos fanatisme op een bal storten en wil het voetbal analyseren met behulp van de grootste denkers.

Advertenties

2 Reacties op “THE PHILOSOPHY OF FOOTBALL

  1. Pingback: THE PHILOSOPHY OF FOOTBALL #2 |

  2. Liefhebbend Voetbalhart

    Arend, valk, adelaar: vele clubs hebben een rovende vogel hoog in het vaandel staan. Sommige gaan zo ver dat ze het ‘arme’ beest vooraf aan de wedstrijd door stadiomluchtruim laten scheren; meestal zonder succes als vervolg. Zie Vitesse.
    Nietschze zou geen Ajax-supporter zijn geweest. Ajax, dat zich bij voorkeur niet in de slachtofferrol hult, maar de laatste jaren toch haar uiterste best doet om te worden geslachtofferd. Voer voor filosofen.
    Nietschze zou sowieso weinig op hebben gehad met de huidige, kruisjes slaande, een Opperwezen dankende of te hulp roepende voetbalspelert. Voetbal is oorlog, beter gezegd een moderne kruistocht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s