Tagarchief: Albanië

ALBANEZEN KUNNEN ER GEEN HOUT VAN

arthur
Tot en met het WK in Brazilie neemt Voetblah wekelijks een deelnemer onder de loep. Vandaag: Zwitserland

wk-2014-speelschema-gastland-brasilDit zal misschien onbescheiden klinken, maar ooit schitterde ik als zaalvoetballer in Kosovo. De sporthal op de campus van de Universiteit van Pristina, waar het toernooi werd georganiseerd, was een tikkie verouderd. Er ontbraken plankjes in de speelvloer van parket. Destijds was er maar twee uur per dag elektriciteit in Pristina, dus speelden we in de schemering. Lastig met al die gaten in de speelvloer. In mijn team zat een Kosovaars-Albanese jongen. Shkelqim, heette hij. Spreek uit: Sjketsjim. Oftewel, Sjimmie.

Sjimmie kon er geen hout van. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar Sjimmie dacht dat hij juist heel goed was. Nooit speelde hij een bal over. En als hij zich vastliep, mocht ik dat weer oplossen. Ondanks Sjimmie haalden we de halve finales. Het werd een moeizame wedstrijd. Halverwege kwamen we 1-0 achter. De uitschakeling nabij kregen we in de allerlaatste seconden toch een reddingsboei toegeworpen. Strafschop. Sjimmie ging meteen achter de bal staan. Ik moest de bal letterlijk uit zijn handen trekken.

De trieste, onbegrijpende ogen van Sjimmie staan nog altijd op mijn netvlies. Sjimmie stond schuin voor me toen ik mijn aanloop nam. Hij was de laatste in het rijtje dat zich gevormd had tussen mij en het doel. Op het laatste moment stak hij zijn duim omhoog. Lang heb ik gedacht dat alle Balkanbewoners geweldige voetbalgenen bezaten. De geniale onvoorspelbaarheid van Stoichkov en Hagi. De briljante wijze waarop mannen als Prosinecki, Savicevic en Zahovic het spel naar hun hand zetten. De kanonskogels van Mihajlovic. Onberekenbare types. Vaak zo gek als een deur. Lui geworden door een teveel aan talent.
Behalve de Albanezen. Die kunnen er geen hout van.

shaqiriIn juni gaat Zwitserland lachend de tweede ronde van het WK halen. Dankzij de genialiteit van een nieuwe generatie Albanese immigranten. Xherdan Shaqiri (Bayern München), Granit Xhaka (Borussia Mönchengladbach), Blerim Dzemaili (Napoli), Admir Mehmedi (Freiburg) en Pajtim Kasami (Fulham) zijn allemaal van Albanese afkomst.

Op 11 oktober 2013 kwalificeerden de Zwitsers zich dankzij een doelpunt van Shaqiri voor het WK. Plaats van handeling: Tirana, Albanië. Alsof het zo moest zijn. Naar verluid werden de ‘Albanezen uit de Alpen’ de hele wedstrijd uitgefloten en bekogeld door de thuisfans. Dat kan ik me voorstellen. Voor de Albanese fans moet het toch een beetje voelen alsof de bal op het beslissende moment, het moment van ultieme glorie, het moment waarop je eindelijk erkend zult worden voor je geniale talent, alsof de bal juist op dat moment uit je handen wordt getrokken.

In het schemerdonker begon ik aan mijn aanloop en zag de vragende ogen en het opgestoken duimpje van Sjimmie. Geroutineerd legde ik aan. Ik wist precies wat ik ging doen. Rechterhoekje, uitdraaien op het laatste moment, keeper op het verkeerde been. De penalty werd gestopt. Die avond in Kosovo dacht ik dat ik heel goed was. Maar eigenlijk kan ik er geen hout van.

– het WK-logo komt van http://www.wk2014speelschema.org
Shaqiri vonden we op wikimedia.org

DE MEEST JALOERSMAKENDE

catalaan

Voetballers. Doorgaans staat deze beroepsgroep niet bekend om het vermogen tot maatschappijkritisch denken. En hoewel ze zo nu en dan letterlijk met de poten in de modder staan, brengt ze dat niet dichter bij de gewone sterveling. Althans, niet in de perceptie van diezelfde sterveling. Maar evenmin als iedere jonge Belg die onlangs verkaste naar Syrië, verdient de voetbalprofessional het om over één kam geschoren te worden. Daarom breek ik hier een lans voor de net-niet-prof. De man die niks anders kan dan ongewisse avonturen aangaan om zijn hoofd als broodvoetballer boven water te houden. De globetrotter.

Jan VeenhofHet geluk van gebrek aan kwaliteit brengt deze mannen op plekken waar ze nog nooit eerder van hadden gehoord. Voetballen bij een eerstedivisionist in Noord-West China, degradatiekandidaat in Cyprus of Indonesische (regionale) kampioensploeg uit Centraal Sulawesi, dat is nog eens je blik op de wereld verruimen!  Met 800 man, een paar buffels en een demente dromedaris als vast publiek wordt de band met de supporter een hele andere. De vraag is of er in die context überhaupt nog gesproken moet worden van ‘supporters’. Immers, de voetballer geniet daar net zoveel populariteit als de postbode, kruidenier of dakdekker.

Wat ik wil zeggen is dat de betrekkelijkheid van het voetballerbestaan het meest tastbaar is voor die gasten die bereid zijn om, met plunjezak over de schouder, overal ter wereld neer te strijken om voor de kost te voetballen. En niks anders kunnen of willen dan dat. Zonder media-aandacht, zonder financiële onafhankelijkheid en zonder een stabiele  sociale omgeving. Dit zijn mannen die hun zegeningen tellen en waarderen. Niet goed genoeg om het te maken op de plek waar voetballers een torenhoog maatschappelijk aanzien genieten, maar voldoende capabel iets toe te voegen aan een voetbalontwikkelingsland. Maar bovenal voegen zij iets toe aan hun eigen ‘wereldwijsheid’. Dat ook is ‘De Profvoetballer’.

Jan Veenhof (foto van www.anp-archief.nl) is zo’n speler. Weliswaar tien jaar FC Groningen op zijn naam, maar vervolgens avonturierde hij door de voetbalgrootmachten Canada en Albanië. Held!

DE VERLEIDELIJKHEID VAN AZIJNPISSERIJ

catalaanDe verleiding is groot om je als columnist, opiniemaker, stukjesschrijver – de één met een wat groter bereik dan de ander – op te winden over de vele tekortkomingen van de voetballerij. Dat gebeurt dan ook regelmatig en zelden zonder reden. Volgevreten vedettes. Bar spel. Incapabel en vooral immoreel bestuur. Agressie, soms ook als uiting van incapabel en immoreel bestuur. (Vorige week reed de voorzitter, tevens burgemeester van het Albanese Gramshi metauto voetbalveld zijn auto het voetbalveld op omdat ie de scheids beu was). Aanleiding genoeg dus om voortdurend te schaven, zagen en zeiken. Maar door constant gehoor te geven aan die verleiding, wordt het er niet gezelliger op.

Feit is dat we toch altijd weer voor de buis zitten, zelf op het veld af en toe tegenstander en scheids proberen te beïnvloeden en uitermate opgewonden zijn naar aanleiding van een recentelijk of aanstonds stadionbezoek. Ook al is/was het kaartje aan dure kant. Dat besef, of die kanttekening, maakt de voetbal(lende)criticus niet direct hypocriet, maar wel schatplichtig aan alle geuren, kleuren en smaken die het voetbal ons biedt. Idealiter bestaat er daarom een evenredige vertegenwoordiging van al die verschillen in de voetbalberichtgeving.

Maar dat maakt het geheel meteen ook wat schizofreen. Immers: waarderen, veroordelen, toejuichen en afkraken houden gelijke tred en lopen allemaal door elkaar heen. Absolute uitspraken over de voetballerij zijn dan ook haast nooit in hun geheel verdedigbaar. Een voorbeeld: Ashley Cole heeft tijdens zijn carrièreTyrone Mings behoorlijk wat activiteiten ontplooit om niet in aanmerking te komen voor het imago van rolmodel. Afgelopen weekend bleek echter, na eenzelfde actie van Ipswich Town-speler Tyrong Mings, dat hij zonder enige publieke bekendheid al weken lang wedstrijdkaarten weggeeft via Twitter aan minder vermogende supporters.

Overigens, filantroop Clarence Seedorf zal ook heus ooit ten koste van iemand persoonlijk gewin hebben geoogst. Wat dat betreft is het voetbal, in al haar tegenstrijdigheid, met recht een mooie, maar bovenal zeer menselijke sport. Niks meer, niks minder.

Ps. In Wales reed ook al eens een auto het veld op www.thisissouthwales.co.uk

De foto van Tyrone Mings komt van www.pitchero.com