Tagarchief: Andres Iniesta

ANDERS ANDRÉS

Deze weken herplaatsen wij met enige regelmaat oude posts over Andrés ‘El Blanquito’ Iniesta, die onlangs zijn afscheid van Barcelona heeft aangekondigd. Deze dateert alweer van 2011 en is geschreven door oud-scribent De Catalaan.

Stel: een jaar of elf geleden was je er heilig van overtuigd dat de millenniumwisseling een einde zou maken aan de geordende samenleving zoals jij die kende. Je was groot voetballiefhebber en, ondanks je leeftijd van een jaar of twintig, fan van George Best. Je besloot George’s hoofd over je gehele rug te laten tatoeëren; het was namelijk te groot voor je schouderblad en op je borstkas pronkte al de weelderige haardos van John de Wolf. Jullie, jij John en George, werden dikke vrienden.

Genieten van deze schizofrene vriendschap kon je helaas niet lang. Naast George’s hoofd incorporeerde je immers ook zijn levensstijl. Het beetje geld dat je bezat, spendeerde je in een mum van tijd aan drank, drugs en hoeren. De rest ging op aan domme dingen. “Geen nood”, dacht je nog. De millenniumbug zou het geld, jouw redenatie volgend, anders evenwel klokslag 2000 digitaal vernietigd hebben. Maar helaas… de wereld draaide door. Toch maar goed dat je voor de zekerheid een plekkie had gereserveerd bij de padvinders van de FARC, Tamiltijgers, Mujahideen en het Vaticaan. Je wilt toch wat te kiezen hebben na zo’n financieel fiasco, nietwaar?

Je keuze viel uiteindelijk op de Tamiltijgers. Het zinde je echter niet dat deze tijgerpadvinderij je na tien en een half jaar nog steeds als welpje behandelde en je besloot terug te keren naar Europa. Zo kon het dat je in de zomer van 2010 op een Italiaans strand El Blanquito tegen het vege lijf liep, zonder te weten wie je voor je had. Je accepteerde zelfs een potje 1 tegen 1. En, ofschoon volledig geknipt en geschoren, dacht je, als je ‘m zo zag zitten, naderhand nog steeds: “Die moet ik toch kunnen hebben, ook al is-ie wereldvoetballer van het jaar!”

Advertenties

ORANJE ALSNOG WERELDKAMPIOEN? DOE MAAR NIET

cardosoDaar waar het wielrennen momenteel zucht onder een golf aan dopingbekentenissen aangezwengeld door The Boss, daar blijft het in het voetbal ogenschijnlijk rustig. Dat zou echter binnenkort wel eens kunnen veranderen. Als Eufemiano Fuentes, de spindokter in misschien wel het grootste Europese dopingweb ooit, zijn boekje open gooit, zouden er wel eens meer sporten en sporters in het beklaagdenbankje kunnen komen. De vraag is, willen we dat? Wat als we er achter gaan komen dat Xavi Hernández en Andrés Iniesta ook wel eens een zak vers bloed door hun aderen hebben laten pompen? We gaan even terug in de tijd.

Op 11 juli 2010 stond ik te midden van een volledig in oranje gehulde mensenmassa op het Museumplein. 200.000 saamhorige Nederlanders in afwachting van wat misschien wel de afrekening met het trauma van 1974 en 1978 zou worden. We vergaven collectief de doodschop van Nigel de Jong, we zagen afbraakvoetbal door de vingers, schreeuwden onze kelen schor toen Robben op weg ging naar 1-0 en we zagen langzaam onze hoop op een groots volksfeest afbrokkelen toen Johnny Heitinga zijn tweede gele kaart pakte. Toen Iniesta vervolgens de bal achter Stekelenburg joeg, huilde het Museumplein collectief. Het mocht wéér niet zo zijn.

Museumplein by Radio Nederland Wereldomroep

Wat als de Spanjaarden tweeënhalf jaar na dato toch opeens een dopingzaak aan hun broek krijgen? Wat heeft het voor zin als Bert van Marwijk zoveel jaar later alsnog een uitstekend WK kan bekronen? De grachten zullen niet meer Oranje kleuren, dat kleurden ze bovendien toch wel in 2010. Wat rest is een gigantische vlek op het blazoen van het voetbal en op een periode waarin Spanje met buitenaards spel het niveau van het voetbal naar een hoger plan tilde. Willen we, net als Lance Armstrong, die zeepbel in de sportgeschiedenis ook doorgeprikt hebben? Ik eigenlijk niet, dus hoop ik dat het boekje van Eufemiano Fuentes voorlopig gesloten blijft. Vermeend onterecht verliezen van een stel Spanjaarden, daar heeft Oranje toch al ervaring mee.

MESSI IS DE BESTE, INIESTA DE BETERE

Het was de onvolprezen, wijlen Nico Scheepmaker die dit salomonsoordeel uitsprak over de Messi en Iniesta van het Barça uit de beginjaren ’70, Cruijff en Keizer: “Cruijff is de beste, Keizer de betere”. Destijds een geliefde discussie tussen de (voetbal)intellectuelen, want die bestonden toen nog.  Zeker in de ondraaglijke lichtheid van hun eigen waan en bestaan. Die intelligentsia en avant-garde schurkten maar wat graag tegen het Ajax-succes aan en dat is altijd zo gebleven. Nu was Nico een authentieke voetbalkenner. Geen snobistische schertsfiguur die alleen maar om interessant te doen met Piet Keizer dweepte en hem prefereerde boven de door het voet(bal)volk geadoreerde Johan Cruijff. Scheepmaker deed met deze uitspraak beiden eer en recht aan, zonder de kool en de geit te sparen.

Toen ik jl. donderdag FC BarcelonaReal Madrid zag, schoot me deze trouvaille weer te binnen. Want in mij woedt al geruime tijd eenzelfde discussie omtrent Lionel Messi en Andrés Iniesta. De individuele overeenkomsten tussen beide dominante duo’s zijn evident. Qua positie en qua spelstijl. Dat laatste dan met name tussen Cruijff en Messi. De verschillen zijn talrijker, vooral tussen Keizer en Iniesta, al lijken ze me karakterologisch weer meer raakvlakken te hebben dan de andere twee. Cruijff was – weer met dank aan Nico Scheepmaker – vierbenig; Keizer was en oogde stijf links: de linke Messi en rechtschapen Iniesta kunnen het makkelijk op één been af.

Zoals ik in het geval Cruijff/Keizer niet om het surplus aan invloed, uitstraling en rendement van Cruijff heen kan, moet ik me bij eenzelfde suprematie van Messi ten opzichte van Iniesta neerleggen. Toch heeft El Blanquito bij mij een streepje voor. Op een of andere manier zijn soms diens acties, ingevingen en uitvoeringen nog nét iets genialer, briljanter, virtuozer dan die van La Pulga. Iemand beschreef Andrés’ bewegingen ooit uiterst treffend als vloeibaar. Hij dribbelt niet langs tegenstanders, maar lijkt als het ware door hen heen te vloeien. Waar Messi bijna pervers penetreert, is het Iniesta die al fluitend fluïdeert. messi_iniestaInmiddels is Nico Scheepmakers oordeel allang door de tijd achterhaald. Alleen Henk Spaan zal wellicht nog met droge ogen beweren dat Keizer op punten de betere was. De tijd dat Messi onomstreden ook de betere van Iniesta wordt bevonden, ligt in het verschiet. Tot dan blijf ik staan op mijn snobistisch quasi-intellectuele standpunt: Messi is the best, Iniesta the better one.

HET VOETBALLEVEN TOT KUNST VERHEVEN



Het mag inmiddels duidelijk zijn dat Voetblah niet unaniem heeft ingestemd met de Televizier-Ring voor Voetbal International op tv. De ophef hierover zou je bijna doen vergeten dat er ook nog altijd het blad VI is. Ook daar waren we lang niet altijd tevreden over. Maar kijk aan: ondanks de betreurenswaardige eliminatie van het onvolprezen blad Johan c.q. de verovering van het gehele voetbalmedialandschap – of misschien wel juist hierdoor – is de kwaliteit van VI in ere hersteld. Is het, in weerwil van het tv-vehikel, door een ringetje te halen. Johan III zal het hier ongetwijfeld hartgrondig mee eens zijn. Want het maken van een goed voetbalblad is een kunst op zich. Dat geldt ook voor het leven na of in plaats van het voetbal. Aan de laffe kant hiervan wijdde decatalaan al een kunstig artikel. Maar zojuist las ik in VI dat het ook anders kan.

Joos van Barneveld was een begenadigd voetbaltalent van Allards lichting, dus ligt na aan het Voetblahart. Een uiterst ongelukkig carrièreverloop pleegde echter obstructie. Maar Joos werd Does, LoveLetters, graffiti-kunstenaar. En geldt ook in deze wereld als een groot talent. (Opent u vooral de link, want hieronder vindt u ook het VI-interview). Heeft Does voorvaderen dan wel navolgers? Hoe verhoudt het voetbal zich tot de kunst, het gras even daargelaten. Kunst en voetbal worden nogal eens samengebald, een enkeling heeft voetbal tot kunst verheven. Maar moeten we de bijna triviale trend waarmee menig spelert zich tot de mode wendt onder de kunst vergaren? Flikken de ‘filmacteurs’ Vinny Jones en Éric Cantona ons een kunstje of mag hen enige artisticiteit worden toegedicht? Als aristocratie een kunst is, dan vormt Cantona een levend kunstwerk op zich. Hoe moeten we de verrassende ontbolstering als kunstverzamelaar van Ruud ‘Mijn God’ Krol duiden in het retroperspectief van kroketten verkopen? En is de solo van drummer Glenn Helder van een hoger artistiek gehalte dan de solo van de voetballer Helder?

Björn van der Doelen heeft zelfs een heuse popmuziekcarrière soldaat gemaakt. En ik durf nu al te voorspellen dat, among others, de Anita~Drente~Babel~kabel zich post-soccer-wise gaat voortslepen in de kinky rapscene. Excusez les mots anglais. De bekendste naoorlogse voetbalkunstenaar is natuurlijk Jan Mulder. Die zijn schrijfkunst in talloze boeken en columns etaleerde, zelfs als podiumkunstenaar optrad. En zijn verbale ergernis is uit de kunst. Maar voor de rest lezen we veel meer koran- of bijbelvaste dan schriftgeleerde voetballers. Wel vinden we enkele poëten onder de proleten. Wim Jonk probeerde somtijds zijn monomane voetbalbestaan te verversen en laten we de poezie van Louis niet vergeten. Maar al met al zijn er weinigen die, zowel tijdens als na hun voetbalcarrière, de kunst van het wegblijven beheersen. Gelukkig is Joos Does van Barneveld een uitzonderlijk teken aan de wand.

WEEKENDPOST: Moment van 2010

Op Voetbalzone.nl kon er een week lang worden gestemd op het voetbalmoment van het jaar. Zo konden bezoekers stemmen op o.a. de handsbal (Ghana) en beet van Suárez. Absurd dat twee voorgevallen, die niets met voetbal te maken hebben, worden geselecteerd voor moment van het jaar. Dat het Konijntje hiervoor tweemaal is uitverkoren, bewijst eens te meer dat bij Luis alles geoorloofd is om te winnen! Met die mentaliteit is hij voor elke Europese topclub een aanwinst.

Er waren niet enkel sensationele momenten geselecteerd, hoewel de einduitslag dat wel doet vermoeden. De vernedering van Feyenoord werd verkozen tot voetbalmoment van het jaar. Waarschijnlijk om de vernedering nog groter te maken. Schande! Ik zal er geen heisa van maken, maar dat er gelukkig meer mooie momenten waren, doet me deugd. Want Voetblah heeft toch ook de sportiviteit hoog in het vaandel staan.

Op basis daarvan mag de staande ovatie, die Andrés Iniesta van de supporters van aartsrivaal Espanyol kreeg in Estadi Cornellà-El Prat , niet ontbreken. Kippenvel! Iniesta trok na de beslissende goal in ‘onze’ finale zijn shirt uit om zijn vriend Dani Jarque te eren. Jarque, spelend voor Espanyol, overleed op 26 augustus 2010 aan een hartstilstand. Deze staande ovatie deed mij terugdenken aan Paolo Di Canio, een extremist waaraan men niet direct een Fair Play Award koppelt. Het tegendeel bleek waar. Terwijl Paolo de bal in de laatste minuten van de wedstrijd vrij kon inkoppen,  ving hij de bal op in zijn handen, omdat Everton-goalkeeper Paul Gerrard geblesseerd buiten de 16 lag. Het leverde hem niet alleen een staande ovatie van Goodison Park op, maar ook de Fair Play Award 2001. Hulde!

DE MAN VAN HET JAAR? (5): Sepp Blatter

2010 was het jaar waarin we weer een beetje van de Eredivisie zijn gaan houden. Het jaar van de zeldzaam spannende seizoensontknoping, waarin het verrassende FC Twente aan het langste eind trok. Het jaar ook van Andrés Iniesta, José Mourinho en Wesley Sneijder. Maar bovenal het jaar van het WK voetbal, dat bol stond van spanning, sensatie en voetbalvreugde. We hebben gelachen om Don Diego die, in aanloop naar de kwartfinale, een training leidde met sigaar in de mond. We genoten van het Spaanse positiespel, dat z’n oorsprong kent in de Nederlandse voetbalschool. En ondergetekende kijkt met gepaste trots terug op de prestatie van onze eigen jongens.

Maar boven alles stond het WK voetbal 2010 in het teken van een Onemanshow. Een klassieke vertoning van machtswellust en dictatuur. Ik heb het over Sepp Blatter, een voormalig ijshockeyer uit Zwitserland, die via de achterdeur de volmacht kreeg over de door ons zo geliefde sport. Deze man schoof Zuid-Afrika op frauduleuze wijze het WK in de schoenen, omdat hij veronderstelde dat het voetbalspektakel er ontwikkeling zou brengen. Het bracht Zuid-Afrika echter voornamelijk leegstaande stadions en torenhoge schulden.

Daarnaast was er het incident tijdens de wedstrijd DuitslandEngeland. De achtste finale wordt voornamelijk nog herinnerd vanwege de geheel onterecht afgekeurde goal van Frank Lampard, waardoor Engeland eruit vloog. “Geen tv-beelden zolang ik FIFA-preses ben”, luidde direct het verachtelijke vonnis van meneer Blatter. Er volgde een ongekende hetze tegen zijn regime. Een mondiale campagne die niet gewonnen kon worden. En hier staan we nu: bijna zes maanden verder en de beste man heeft alles overleefd, zonder ook maar een concessie gedaan te hebben. Sepp, fijne vent die je bent, met flinke tegenzin nomineer ik je tot man van het jaar. Je invloed was immers nog nooit zo groot. 2010 was jouw jaar, laat 2011 het onze zijn.

DE ANALYSE


Welkom bij Voetblahs analyse van de WK-finale. Voor de schrijver is het tevens een stukje rouwverwerking, wij nodigen u uit in de comments hetzelfde middel te gebruiken om uw verlies een positief plekje te geven. Laten we maar met de deur in huis vallen en de slechte boodschap direct brengen: Spanje heeft terecht gewonnen; ze hebben iets betere spelers, een iets betere ploeg en gisteren iets beter gevoetbald.

Nederland had echter wel degelijk kunnen winnen gisteren. Oranje deed namelijk consequent wel wat Duitsland in de halve finale niet had gedaan: ver van de goal verdedigen en op de juiste momenten druk zetten. Al onze aanvallers en middenvelders verdienen een grote pluim voor het enorme loopwerk dat zij in verdedigend opzicht verrichtten en voor de balvastheid die zij in de counter, ondanks vermoeidheid, demonstreerden. Uit een van deze counters hadden we kunnen, en móeten scoren, om uiteindelijk te winnen.

Er is nog een aantal factoren dat debet is aan het verlies. Ten eerste de vrees cq. angst om van achteruit te voetballen. Vooral Van der Wiel (te groen) en Heitinga (te bang) kozen te vaak voor terug op de keeper of voor de lange bal. Het snelle balverlies trok een te zware wissel op de ploeg. Ten tweede – en mede als gevolg hiervan – het hoge aantal kaarten. Fel naar voren verdedigen kost altijd gele kaarten, maar Nederland haalde een aantal domme. Heitinga’s doorglijden op Villa, De Jongs karatetrap en Bommels ingreep op hun helft waren niet de schuld van Webb, maar van de Oranje-helden zelf.

Conclusie: Het Nederlands elftal heeft Spanje op de juiste wijze bestreden, maar miste net het greintje geluk, de pure klasse en het vernuft om de wedstrijd te winnen.  Illustratief was Arjen Robbens – let op! – tweede kans waarbij hij, gehinderd door Puyol, strandde op de keeper. Was Arjen gaan liggen, dan had Puyol rood gehad en waren de kansen gekeerd. Andres Iniesta bleek later wel de bezitter van het vernuft (hij stortte wel ter aard), het geluk (buitenspel?) en de pure klasse (aanname plus afwerking) te zijn. In minuut 102 en 117 vermoordde hij hiermee helaas het nakende collectieve orgasme van de natie.