Tagarchief: FC Barcelona

HEIMWEE NAAR: Johan ‘Segundo’ Neeskens

Het wordt weer eens tijd voor een schaamteloos stukje voetbalnostalgie en -romantiek. Ter verpozing en ter afwisseling van het – hoe terecht vaak ook – schamperen, weeklagen en afserveren. Want hoe gaat het toch met Johan Neeskens? Het is toch een gotspe dat een van de beste middenvelders ooit schijnbaar in de vergetelheid is geraakt. Als was Johan Segundo verworden tot Johan Zero. Omdat, behalve natuurlijk Johan Orakel, Johan Afzeiksnor en Johan De Gekste, ene Johan de Cock nog vaker in het nieuws komt dan Neeskens. Zelfs de onvolprezen accounts Old School Panini en Antique Football lijken welhaast ostentatief Neeskens uit hun collectie te weren. En dat is een godvergeten schande! Totdat onlangs onze bovenste beste blogbroeder MotherSoccer zijn foto overnam van dit eveneens zeer bezienswaardige account voor liefhebbers van oude, curieuze voetbalhelden en -kapsels.

Johan Neeskens. De secondant en op gezette tijden ‘huurmoordenaar’ van De Verlosser, met wie hij een jeugdliefde deelde: het honkbal. En al voetballend hetzelfde honk bezette bij Ajax en FC Barcelona. Neeskens was al op jonge leeftijd spijkerhard en obs-mazuro-300x92meedogenloos, ook voor zichzelf. Gattuso? Nobby Stiles? Nigel de Jong? Bommel? Het waren schoothondjes vergeleken met De Nees. Zijn speelstijl zou tegenwoordig niet meer worden gepruimd door de overgeïnstrueerde arbitrage en het minimum aan incasseringsvermogen van de kleurrijk geschoeide, zorgvuldig gecoiffeerde en veelal in geniepigheid geschoolde voetbalmannetjes. Eigenlijk was en ben ik altijd meer gecharmeerd van stijlvolle, creatieve en verfijnde voetballers. Maar Neeskens is een van de weinige uitzonderingen op mijn regel. Evenals Van Hanegem, die voetballend ook wel wat meer in huis had. Omdat zij exponenten en iconen zijn van de beste voetbalperiode die Nederland ooit gekend heeft, zowel qua kwaliteit als resultaat. En dus behoren tot de beste voetballers die de wereld ooit heeft voortgebracht.

Om welke redenen dan ook wordt De Nees in eigen land niet als zodanig erkend en gefêteerd. In het buitenland wel en al zeker in Spanje, alwaar hij bij Barça destijds qua populariteit zelfs El Salvador naar de kroon stak. Ongebreidelde inzet gekoppeld aan Johan Neeskens 141200-300-442-scalebescheidenheid zijn nu eenmaal publiekstrekkers bij uitstek. En ook de Neeskens-strafschop (beelden onnavolgbaar vocaal begeleid door De Nees zelf) staat bij elke voetballiefhebber voor eeuwig op het netvlies gebrand. Met de opspattende kalk van de penaltystip als de optrekkende rook van het doeltreffende pistoolschot. Opvallend genoeg ontpopte de bescheiden Neeskens zich veel meer tot globetrotter dan ‘man van de wereld’ Cruijff. Die zich, behalve wat uitstapjes naar de VS en Mexico, veelal beperkt tot het traject Barcelona – Amsterdam v.v. Johan Segundo daarentegen vertoefde jarenlang in Amerika; woonde, werkte en trouwde in Zwitserland en was (assistent-)voetbaltrainer in zowel Nederland als in diverse andere landen en continenten. Zijn laatste klusje was bij Mamelodi Sundowns Football Club in Pretoria, Zuid-Afrika. Daar werd hij eind 2012 ontslagen na diverse malen te zijn bedreigd door de fans. Sindsdien ontbreekt vrijwel ieder spoor van De Nees.

Hoe zou het met hem gaan? Waarom heeft Johan Primero zijn voormalige, hondstrouwe secondant nooit aanbevolen voor ’t Technisch Hart? Want spelen met het hart is heel wat anders dan ernaar wijzen op je shirt of er eentje vormen met je vingers. Als er iets ontbreekt aan de moderne beroepsvoetbalspeler is het wel de inzet met hart en ziel. Ik vrees dat Johan Neeskens zich daarbij heeft neergelegd. Met eenzelfde onbewogenheid als waarmee hij tegenstanders neerlegde en neergelegd werd. Kom daar nu nog maar eens om.

Cruyff-NeeskensPs. Bij bovenstaand keiharde duel zat uw scribent hoogstpersoonlijk op de tribune van het Olympisch Stadion, waar nu – godbetert! – geschaatst wordt. Met excuses voor de nogal vreemd gemonteerde beelden en het nog vreemdere commentaar.

– de Ajacied Neeskens staat op fast.mediamatic.nl
– de beide Johannen bij Barça komen van joueurs.com

KLEINE IBI WIL OOK MEEDOEN

annemarieWankelend sta ik op de pont richting Amsterdam-Noord. Ik ben op weg naar de afdeling kaakchirurgie in het BovenIJ Ziekenhuis. Met mijn rechterhand ondersteun ik mijn fiets. Met m’n linkerhand open ik een whatsappje van mijn vriend op mijn telefoon. ‘Denk aan iets leuks,’ lees ik op het scherm. Iets leuks. Iets leuks. Over krap een uur zal een man met een blauw mondkapje een verdovingsspuit in mijn ontstoken klomp tandvlees steken om er vervolgens met veel krachtwerk een rotte verstandskies uit te snijden. Ik kan zo gauw niks leuks bedenken. Alles is kut. Wat me meestal wel helpt is het denken aan mensen die zich even kut, zo niet kutter voelen dan ik.

Mijn gedachten gaan terug naar de Champions League-wedstrijd van dinsdagavond, Manchester City tegen FC Barcelona. Ik moet schaamtevol bekennen dat ik überhaupt even gemist had dat er deze week weer op Europees niveau werd gevoetbald. De Winterspelen hebben me toch weer te pakken. Inmiddels zit ik er zo diep in dat, als ik iemand in de kroeg hoor roepen dat hij een rondje geeft, ik mezelf afvraag of hij dat zal doen in een lage of een hoge eenendertiger. Maar goed, dinsdagavond geen Svendsens, Hamelins en andere vreemde namen die me binnen afzienbare tijd zeer vertrouwd zijn geworden, maar gewoon weer de Messi’s en Piqué’s. De naam van Ibrahim Afellay ontbrak. Hij zat op de tribune, zei de commentator. Vanwege ‘de moordende concurrentie binnen de selectie’.

ibrahim-afellay-bersama-ibunya-habibah-dan-kakaknya-ali-_120716075125-207Afellay was het hoofdonderwerp geweest van mijn afstudeerproject op de School voor Journalistiek. Voor een radioreportage van tien minuten was ik met zijn grote broer Ali teruggegaan naar hun ouderlijk huis aan de Van Heukelomlaan in de Utrechtse wijk Zuilen. Het voetbalpleintje voor de deur was inmiddels omgetoverd tot een speeltuin, maar Ali kon zich nog goed voor de geest halen hoe hij daar eindeloos met zijn vijf jaar jongere broertje had gevoetbald. Want er ging geen dag voorbij zonder voetbal, vertelde Ali. Op doordeweekse dagen zat kleine ‘Ibi’ met een gele leren bal in zijn handen in kleermakerszit achter de voordeur te wachten tot zijn grote broer thuiskwam van school en hem mee naar buiten nam. Een enkele keer wilde Ali alleen met zijn eigen vrienden een partijtje spelen, maar Ibrahim was het lievelingetje van hun vader en dus moest hij zijn kleine broertje laten meedoen.

Ik stelde me voor hoe Ibi dinsdagavond op de tribune had gezeten, met de gele leren bal onder zijn stoeltje, wachtend op het moment dat iemand hem op zou komen halen om met hem te spelen. Maar er kwam niemand. Ik had hem graag een appje willen sturen.  ‘Denk aan iets leuks’.

– het mooie familieportretje komt van republika.co.id

MESSI VOOR ADIDAS PEPERDURE RECLAMEZUIL

cardoso

Ruim een maand geleden waarschuwde de Publieksspeler hier al voor de gevaarlijke invloed van de Doyen Sports Group; een investeringsmaatschappij die het clubs mogelijk maakt voorheen onbereikbare spelers aan te trekken, maar die diezelfde spelers daarmee simpelweg tot handelswaar reduceert. Dat spelers meer en meer een speelbal worden van de commercie mag inmiddels spijtig genoeg geen verbazing meer wekken. Logo_brand_AdidasDe schaamteloosheid waarmee investeerders, zaakwaarnemers en sponsoren steeds meer te werk gaan, doet nog wel af en toe de wenkbrauwen fronsen. Zo ook Adidas, dat deze week een merkwaardige poging deed Lionel Messi tot een transfer te bewegen. Of de Barcelona-vedette naar Bayern München, Real Madrid of Chelsea zou gaan, was daarbij van ondergeschikt belang.

Het is het Duitse sportmerk een doorn in het oog dat ‘hun’ Messi in het door Nike gesponsorde Barcelona zijn wedstrijden afwerkt en dus had Adidas er de helft van Messi’s afkoopsom (€125 miljoen) voor over om hem te doen verkassen. Gelukkig dat Messi nog een greintje clubliefde kent voor de club die hem vrijwel alles gaf, anders had het voetbal definitief failliet verklaard kunnen worden. De Adidas-kwestie staat namelijk niet op zichzelf. Op alle niveaus wordt duidelijk dat voetballers de zeggenschap over hun eigen carrière volledig kwijt aan het raken zijn. Spelers als Maher, Falcao en Ola John zijn deels in handen van investeringsmaatschappijen die niet anders willen dan geld verdienen en op lager niveau hebben we vooralsnog amper een idee hoe groot de omvang is van het aantal spelers dat aan de ketting van goksyndicaten ligt.

Lionel_Messi_Player_of_the_Year_2011Hoe groot de problemen echt zijn wordt door het gebrek aan transparantie niet goed zichtbaar, maar Adidas laat zien hoeveel geld het bereid is op tafel te leggen om een speler optimaal te vermarkten. Ondertussen is in dit verhaal nog één partij volledig onbenoemd gelaten. De supporter die wekelijks of jaarlijks een groot bedrag neerlegt om zijn favoriete team én spelers te zien voetballen en die uiteindelijk ook betaalt voor het shirtje van zijn favoriete speler. In het miljardengeweld van grote investeerders dreigt die supporter vooral gezien te worden als een lastige klant die hoogstens zoet gehouden moet worden. Zeggen dat vroeger alles beter was mag een conservatieve reflex heten, maar in 1983 betaalde de fanatieke FC Twente-aanhang mee aan de komst van Jan Sörensen. Dertig jaar later moet diezelfde supporter bij het kopen van een nieuw shirt hopen dat zijn favoriete speler niet alweer naar de volgende club is vertrokken.

GEZELLIG OP SCHOOLREISJE MET AJAX 1

kalusha

Het moet vanavond in Barcelona helemaal anders, vindt Niklas Moisander. “Ik heb het zelf niet meegekregen, maar vind het een beetje knullig dat de spelers voor de wedstrijd tegen Real Madrid foto’s en filmpjes van Bernabéu maakten. Dat moet je niet doen. Natuurlijk mag je genieten van de sfeer, maar je mag niet als schoolkind daar staan.” Ik denk dat de Fin gelijk heeft. Het Vermeerschoolreisjesgehalte lag dan ook behoorlijk hoog bij uitwedstrijden van de Amsterdammers. De redactie van Voetblah wist onlangs de hand te leggen op het dagboek van Kenneth Vermeer, waarin hij onder meer schrijft over de uitwedstrijd tegen Borussia Dortmund. Twee ontluisterende passages:

“Yes Dortmund, we zijn er! De busreis was echt supervet. Hebben heel lang Potje Met Vet gezongen, tot het 67e couplet!!! Ik wilde eigenlijk naast Daley, maar die had al afgesproken met Toby. Dus toen ging ik naast Kolbeinn. Dat was ook leuk, want Kolbeinn had een megagrote snoepzak meegenomen. We deden het spelletje wie er de meeste zure matten in zijn mond kon. Kolbeinn had er 14 maar ik was master en had er 19. Daarna waren we allebei misselijk, dus toen moesten we voorin zitten en naar buiten kijken om niet te kotsen. De trainer had Jumanji opgezet, maar daar hebben dus niks van gezien. Dat vind ik wel jammer. Ik mocht nog wel een mop vertellen door de microfoon en dat was heel leuk.”

Jumanji“Zo, weer terug in Amsterdam. Wat was het gaaf hee! We hebben wel verloren, maar dat geeft niks zei de trainer. We kregen allemaal een Bratwurst. Dat was heel lekker, maar dat Zouwerkrout (of hoe schrijf je dat?) was heel vies. En Lasse had zijn tong verbrand. Dat was heel grappig haha. Op de terugweg zat ik naast Miralem en die vind ik eigenlijk stom. Maar dat geeft niks, want ik heb de hele tijd geslapen. Had alle nachten in het hotel lopen keten met Daley, dus was supermoe. Op het einde was nog wel leuk. Toen kropen we allemaal onder de stoel toen we aankwamen in Amsterdam. Alle spelersvrouwen stonden te wachten en dachten dat de chauffeur ons vergeten was. Hahaha, dat was heel grappig. Nu ga ik playstationnen, doeiiiiiii!”

Inderdaad Niklas, dat kan wel wat professioneler.

– We vonden de cover van Jumanji op Filmlinks4u.net.
– Kenneth komt van Images22.com. 

WEEKENDPOST: Koninklijke cijfers

Niet alleen tussen de kalklijnen woedt de hevige strijd tussen de Spaanse grootmachten Real Madrid en FC Barçelona. Ook qua schuldenlast en de inlossing daarvan leggen ze elkaar het vuur na aan de schenen. En waar Barça baltechnisch veelal de boventoon voert, blijven de Blaugranas begrotingstechnisch vooralsnog  het antwoord op de grote rivaal schuldig. De omzet-teller van Real Madrid bleef afgelopen seizoen steken op € 514 miljoen. De Koninklijke is naar eigen zeggen de eerste sportclub die de grens van 500 miljoen doorbreekt. Een ongekend hoog bedrag wanneer we een vergelijking maken met het bedrijfsleven. Zo is de omzet van Real ruim drie keer zo groot als de omzet van De Efteling, maar ook 1/8 van de jaaromzet van C1000. De supermarktketen heeft dan wel 422 winkels operationeel om deze jaaromzet te behalen.

In perspectief: Ajax behaalde een netto bedrijfsresultaat van € 97.1 miljoen in het seizoen 2010/2011. De Amsterdammers haalden over dit seizoen 1/3 van de omzet uit sponsors, 28 % uit wedstrijd recettes, 10 % uit seizoenskaarten, 10 % uit Business-seats en Skybox-plaatsen, 9 % uit merchandising en 7 % uit tv- en internetinkomsten. Real Madrid behaalde over dat zelfde seizoen alleen al € 183.5 miljoen inkomsten aan tv- en internetrechten. Onoverbrugbaar in het kader van Fair-Play.

Een terrein waarop veel winst valt te behalen, zijn de wedstrijdrecettes. De Koninklijke harkt € 123.6 miljoen binnen met haar sterrenensemble, terwijl de Amsterdammers een bescheiden € 27 miljoen ophalen. Aangezien A.F.C. Ajax Amsterdam nog altijd een wereldnaam is en sponsoren AEGON en Adidas ook voldoende naamsbekendheid hebben, zouden de hoofdstedelingen veel meer cash kunnen ophalen. Die weg werd ooit ingeslagen door Maarten Fontein, tegenwoordig actief voor de UEFA. Haast is dus geboden voor de godenzonen, voordat ook straks deze fontein is opgedroogd.

– De plaatjes hebben we, hopelijk met permissie, geleend van onze vrienden van www.catenaccio.nl

BARÇA IN DE BONUS

De afgelopen jaren won Barcelona alles wat er te winnen viel. Dit jaar lukte het ze niet om de twee belangrijkste titels te prolongeren. Madrid wordt de beste van Spanje, Bayern of Chelsea de beste van Europa. Sommige Barcelonezen kunnen echter komende zomer nog wel de Europese titel prolongeren met hun land. Maar Barça heeft toch nog een titel weten te prolongeren: die van de bestbetaalde sportploeg ter wereld. Gemiddeld strijkt een speler daar 6.400.000 euro op. In een land met een jeugdwerkeloosheid van 51% is er een groepje twintigers en dertigers dat schathemelrijk wordt.

In de lijst laten de Catalanen hun achtervolgers van Real Madrid nipt achter zich. De twee bestverdienende ploegen spelen bij twee clubs met een enorme berg schulden. Dat is op zijn zachtst gezegd dubieus. Het is de werking van de markt dat voetballers veel verdienen. En daar is niets mis mee. Want een jaarsalaris van 6.4 miljoen is niet weinig maar een schijntje vergeleken met de inkomsten uit sponsordeals. Dat het voor Adidas interessant is om Messi in een tenue te hijsen met drie strepen, en daarvoor dus de portemonnee trekt, is mooi. De Duitsers zien dit namelijk als investering, zij weten dat hen dit uiteindelijk geld oplevert. Een bedrijf denkt namelijk commercieel, net als de spelers. Clubs zouden er goed aan doen dit over te nemen!

Salarissen van dit kaliber zijn namelijk niet terug te verdienen. Iemand met exceptionele kwaliteiten moet beter beloond worden dan een back van de Graafschap. Maar de beloning moet altijd in verhouding zijn met de opbrengsten die een speler genereert. Daarom moet er meer met prestatiegerelateerde vergoedingen worden gewerkt. Bang als ze zijn voor vertrekkende spelers, gaan de clubs veel te ver. Want puur naar het afgelopen seizoen gekeken, hebben de spelers van Barça in twee competities gefaald. Dat kan, het is zelfs een essentieel onderdeel van sport dat je niet altijd wint. Maar dan heb je ook geen recht op een enorme vergoeding. Waar men in de bankenwereld af wil van de bonuscultuur, zou die het voetbal juist kunnen redden!

– De bal der miljoenen komt van www.cesidebtsolutions.org

HET FUTBOL IS DOOD, LEVE HET VOETBAL!



Bovenstaande afbeelding vertelt alles over de wedstrijd Barcelona – Villareal. Zonder iets tekort te doen aan het wondervoetbal van de Catalanen, vertelt de afbeelding ook een ander verhaal. Het bewijst, al bij het begin van het seizoen, dat de Europese topcompetities definitief dood zijn. De financiële verschillen maken dat er voor de topteams van enige (top)competitie geen sprake meer is.

Dat ook een voorbeeldclub als Villareal het nu definitief aflegt tegen de grootmachten, in een week dat het soortgelijkeTottenham Hotspur compleet geveegd wordt door zowel United (3-0) als City (5-1), stemt treurig. Zelfs uitgekiend beleid en een fraaie spelopvatting zijn niet meer toereikend om ook maar enigszins in de buurt te komen. Real Madrid wint haar eerste uitwedstrijd bij matige broeder Zaragoza met 0-6, wat doet vrezen dat de Spaanse competitie een lange, zouteloze exercitie gaat worden.

Eigenlijk is het heel simpel: een overdosis geld heeft de kern van de sport aangevreten: met gelijken strijden voor het beste resultaat. Wanneer we in april weer 4 tot 5 keer El Clasico door de strot geduwd krijgen, lijkt het onvermijdelijk dat er een gezonde weerstand ontstaat tegen de onzinnige schijnvertoning die (Spaanse of Engelse) competitie heet. Voetblah hoopt het. En rekent erop. Tot die tijd rekenen we ons rijk – figuurlijk dan toch –  met de Eredivisie. En niet te vergeten de Jupiler League en het (top)amateurvoetbal.