Tagarchief: Het onbekende WK-verhaal

WAAR GING HET MIS BIJ DOELMAN ESTEBAN?

arthurTot en met het WK in Brazilië neemt Voetblah wekelijks een deelnemer onder de loep in de rubriek ‘Het Onbekende WK-verhaal’. Vandaag is het de beurt aan Costa Rica, het konijn en doelman Esteban.

Costa Rica staat bekend om prachtige stranden, natuurparken en de vriendelijke, laidback inwoners. In Costa Rica gebeurt eigenlijk nooit iets. Volgens de Lonely Planet is Costa Rica “het Zwitserland van Centraal-Amerika.” Zo’n land waar je nog rustig een schoffie kunt aanspreken op de hoek van de straat en hem je portemonnee kunt geven om een ijsje te halen. En neem er zelf ook een. Dat dacht ik tenminste. Het is het land van Esteban Alvarado Brown. Breedgeschouderde doelman van AZ. Een keeper met uitstraling, goede reflexen en een karatetrap waar Badr Hari nog een puntje aan kan zuigen. Waar ging het mis bij doelman Esteban?

AZ AlkmaarHet talent van Esteban is onbetwist. In 2009 speelde hij een hoofdrol in de historische vierde plaats van Costa Rica op het  WK onder-20. Het leverde hem de Gouden Handschoen voor beste doelman van het toernooi op. En een transfer naar de kampioen van Nederland. In zijn eerste jaar in de Eredivisie werd Esteban meteen door Voetbal International uitgeroepen tot beste doelman van Nederland. Met Esteban had Costa Rica eindelijk een opvolger voor de beste doelman aller tijden van de Tico’s. Voor het WK in 1990 had amper iemand van Luis Gabelo Conejo, de goalie van WK-debutant Costa Rica, gehoord. Conejo (het konijn) ging naar Italië als speler van  Club Sport Cartaginés, een bescheiden subtopper in de Costa Ricaanse competitie. Zijn taak was om de schade te beperken in een poule met Brazilië, Zweden en Schotland.

Dankzij de reddingen van Conejo en een treffer Juan Cayasso kende Costa Rica een sensationeel debuut. In de eerste wedstrijd tegen Schotland (1-0) in Genua hield het konijn zijn doel schoon. Ook de anders zo productieve Brazilianen zagen tot hun frustratie voortdurend het konijn in de weg liggen van een treffer. Pas in de 82ste minuut vond Müller eindelijk een gaatje en kon de Seleçao zich als groepswinnaar gaan opmaken voor een vernederende uitschakeling door aartsrivaal Argentinië. Ook Costa Rica haalde bij het WK-debuut meteen de achtste finales, een prestatie die in drie latere deelnames nog altijd niet geëvenaard is. De derde groepswedstrijd tegen Zweden werd met 2-1 gewonnen, waardoor Costa Rica in Bari aan mocht treden tegen Tsjechoslowakije. Voor die wedstrijd raakte Conejo, de absolute uitblinker in de groepsfase geblesseerd. Zonder het konijn, de talisman van de Tico’s, was Costa Rica kansloos. De Midden-Amerikanen werden afgedroogd met 4-1.

conejoHoewel hij maar drie wedstrijden in actie kwam, werd Conejo samen met de Argentijnse penaltykiller Goycochea uitgeroepen tot doelman van het toernooi. Een loopbaan bij een topclub in Europa lonkte, maar de vriendelijke en bescheiden Conejo liet zich in de luren leggen door een spelersmakelaar die hem overtuigde dat Albacete Balompié tot die categorie behoorde. Na het WK-van-zijn-leven speelde het konijn opeens in de Segunda Division. Conejo zou slechts een seizoen op het hoogste niveau uitkomen.

Esteban is geen konijn. In 2010 zou hij de onbetwiste doelman van de Tico’s op  het WK in Brazilie moeten zijn. Maar Esteban rolde van het ene schandaal in het andere. Zo kreeg hij een rechtszaak aan zijn broek wegens huiselijk geweld, maakte hij ruzie met de bondscoach en zorgde voor een lokale controverse door uit het niets een tweet de wereld in te sturen (‘Viva La Liga’), waarin hij aartsrivaal (Liga Deportivo Alajuense) van zijn oude club (Deportivo Saprissa)  in Costa Rica aanmoedigde.  In 2011 speelde Esteban zijn laatste interland. En in december 2011 maakte hij naam door tijdens de bekerconfrontatie Ajax – AZ een supporter van het veld te schoppen.

Wat dacht Wesley van W. trouwens toen hij de grasmat van de ArenA betrad en op weg ging naar Esteban? Had hij toevallig die zomer in Costa Rica aapjes gekeken in de backpackers-boomhut in het regenwoud? Gezellig een kampvuurtje gestookt aan het strand van Torteguero? Zij aan zij met een inheemse Indiaan ecologisch gepoept in een gat dat hij zelf gegraven had? Kom, laat ik die vriendelijke Esteban eens een hand geven, ik houd van Costa Rica. Dacht Wesley dat? Domoor. Esteban Alvarado Brown is namelijk geen pussy. In Siquirres, waar hij vandaan komt, schijnen überhaupt geen pussy’s te wonen. Straatbendes dicteren het leven, op iedere straathoek wordt drugs gedeald en de portieken liggen vol met lijmsnuivende schoolkinderen. Het is eigenlijk ongelooflijk dat hij de verleidingen heeft kunnen weerstaan. Aldus Esteban zelf.

Deze zomer zal het konijn weer present zijn bij een wereldkampioenschap, nu als keeperstrainer van de nationale ploeg. Of Esteban naast hem zal mogen plaatsnemen is de vraag. Een advies: vertrouw nooit op de Lonely Planet.

ERNIE STEWART, DE EERSTE DER AMERIKANEN

mrvoetblah
Tot en met het WK in Brazilië neemt Voetblah wekelijks een deelnemer onder de loep in de rubriek ‘Het Onbekende WK-verhaal’. Vandaag is het de beurt aan De Verenigde Staten en Ernie Stewart. 

De jaren negentig zijn bovenmatig in deze rubriek vertegenwoordigd. En dat is vooral te wijten aan de leeftijd van de scribenten. Er gaat namelijk niets boven de voetbalbeleving van een prepuberende 10- tot 14-jarige. Dan kijk je alles, dan weet je alles en beleef je een groot toernooi in al zijn grootsheid. Dientengevolge staan de WK’s van 1990 en 1994 en het EK 1992 in het geheugen van de huidige begindertiger gegrift. Zo ook Earnest Stewart. De eerste der Amerikanen. Yank in den vreemde. Stiekem geboren te Veghel, maar echt uitkomend voor de Verenigde Staten van Amerika.

bradleyErnie Stewart was het eerste schaap, waarna er meer volgden naar Volendam (Peter Vermés), Rotterdam (Cory Gibbs) en Amsterdam (John O’Brien). Evenals op Scandinavische spelers, heeft de Eredivisie een opmerkelijke aantrekkingskracht op Amerikaanse profvoetballers. Michael Bradley, Jozy Altidore, DaMarcus Beasley, Gregg Berhalter en Oguchi Onyewu speelden allen in de vaderlandse hoogste klasse. En met redelijk succes: niet zelden braken zij hier door en belandden zij in de Premier League, de Serie A of de Bundesliga. Zo niet de meer loop- dan voetbalvermogende Earnest Stewart. Zijn Brabantse roots bleken leidend voor zijn loopbaan: hij hield het bij VVV, Willem II en NAC. Maar bleef international.

Ernie Stewart indexToch is Stewart geenszins een grijze muis. Sterker nog: zijn loopbaan als technisch directeur is indrukwekkend. Hij zwaaide de scepter bij twee van zijn ex-clubs, terwijl hij nu verantwoordelijk is voor het technisch beleid bij AZ. En ook daarin krijgt hij navolging van zijn landgenoten. Zo is er huidig Helmond Sport-speler Charles Kazlauskas, die afgelopen zomer met zijn volle verstand het assistenttrainersschap van vierdeklasser SV Spero accepteerde. En wat te denken van John O’Brien? Die studeert momenteel psychologie in Los Angeles en is betrokken bij de Ajax Online Academy. Kijk niet vreemd op als Ernie ze binnenkort ineens binnenharkt bij AZ als assistent en mentaal verlengstuk van Dick Advocaat.

jurgenOoit scoorde Ernie Stewart een vergeten goal op het WK’94 tegen Colombia (alle aandacht ging naar het noodlottige eigen doelpunt van Andrés Escobar) en haalde de VS voor het eerst sinds 1930 de tweede ronde. Ooit kwam Ernie Stewart naar Nederland en velen zouden volgen. Ooit begon Ernie Stewart als td bij VVV Venlo en vervolgens slaagde hij bij AZ. Als de Amerikaanse bond nog een geschikte opvolger zoekt voor bondscoach Jürgen Klinnsman, is het advies duidelijk. Want als Ernie ergens aan begint, gaat het lopen.

DE MOEDER ALLER OVERTREDINGEN

arthur
Tot en met het WK in Brazilië neemt Voetblah wekelijks een deelnemer onder de loep in de rubriek ‘Het Onbekende WK-verhaal’. Vandaag is het de beurt aan Kameroen. Let op! De beelden kunnen schokkend zijn voor tere zieltjes.


De kans is groot dat Jean-Armel Kana-Biyik deze zomer zijn opwachting mag maken voor Kameroen op het WK in Brazilië. De middenvelder van Rennes is de zoon van Andre Kana-Biyik en het neefje van François Omam-Biyik. Een prachtige gelegenheid om weer even terug te blikken op ‘de moeder aller overtredingen’.

Natuurlijk is het onsportief om een tegenstander op weg naar het doel onderuit te halen. Iemand uit de wedstrijd schoppen is zelfs misdadig. Maar soms kan een aanslag ook van grote schoonheid zijn. In Engeland noemen ze het een cynical challenge, in Nederland een professionele overtreding. Zo’n doodschop waar mensen voor naar het stadion komen. Het belang van de wedstrijd, het scoreverloop en de fase in de wedstrijd bepalen of de pleger zijn ploeg tekortdoet of een held wordt. De scheidslijn is flinterdun.

Neem Benjamin Massing. Een spijkerharde voorstopper van Kameroen. Zijn credo: “ball pass, man no pass; man pass, ball no pass”.

De openingswedstrijd van het WK in 1990 wordt gespeeld in San Siro tussen titelverdediger Argentinië en Kameroen. In de 61e minuut, bij een 0-0 tussenstand, wordt de Kameroense middenvelder Andre Kana-Biyik uit het veld gestuurd nadat hij Claudio Caniggia op de hakken had getrapt. Een zware sanctie, zeker volgens de maatstaven van toen. MiracleofMilanKana-Biyik gaat met kushandjes van het veld. Zes minuten later ziet hij achter de hekken hoe zijn broer, de spits François Omam-Biyik, Kameroen op voorsprong kopt. Als Omam-Biyik eindelijk terugkeert op aarde, hangt een sensatie in de lucht.

De tien van Kameroen houden stand tot diep in de slotfase. Dan ontvangt opnieuw Caniggia de bal diep op eigen helft, maakt een halve draai en begint aan een van zijn fameuze rushes. De relatief onbekende aanvaller liep dat WK alsof de pep hem op de hielen zat. (Drie jaar later zou hij worden geschorst wegens cocaïnegebruik, dus waarschijnlijk had de pep hem al lang achterhaald). Caniggia versnelt, zijn bezwete blonde haren dansen. Een meter of tien voor de middenlijn ontwijkt hij de eerste – lafhartige – tackle. Al struikelend loopt Caniggia in de tweede tackle. Die is venijniger, maar nog altijd niet voldoende om de spits ten val te brengen. Vanuit zijn ooghoeken ziet hij de derde tackle aankomen. Het is Benjamin Massing.

Massing_Panini_ebayDe besnorde voorstopper is in volle sprint. Hij heeft een Afrikaanse tackle – beide voeten van de grond, raken wat je raken kan – in gedachten. Maar op het laatste moment bedenkt hij zich en neemt Caniggia in een heupzwaai. Massing verliest zijn schoen terwijl hij de Argentijn als een projectiel lanceert. De dader speelt de vermoorde onschuld, ook dat hoort bij de professionele overtreding. Hij wijst verontschuldigend naar de schoen, die als een wrakstuk op het veld is achtergebleven. Alsof het daaraan lag. “Sorry scheids, ik gleed uit.”

Gelukkig trapt scheidsrechter Vautrot daar niet in en toont Massing de rode kaart. Maar dan grijpt de Fransman nogmaals naar zijn borstzak en vindt daarin een gele kaart. De moeder aller overtredingen komt uiteindelijk in de boeken als een laffe tweede gele kaart van Massing. De uitsluiting blijft staan.

In die kwartfinales mag Massing van de Russische bondscoach Valeri Nepomniatsji voor het eerst weer zijn opwachting maken. Vlak voor tijd staat Kameroen met 2-1 voor tegen Engeland.  Vanaf nu is alles geoorloofd en Massing weet het. In de 83e minuut zet Gary Lineker aan Massing unnamedvoor een dribbel naar het Kameroense doel. Zonder scrupules zet Massing zijn professionele overtreding in, een veel betere versie van een Afrikaanse tackle dit keer. Hij ziet zichzelf al onder groot applaus van het veld wandelen en kushandjes geven. Thuis zullen ze een school naar hem noemen. Een vliegtuig mag ook. Of een dorp. Het maakt Massing niet uit.

Helaas ziet de sloper een detail over het hoofd: de overtreding vindt plaats in het strafschopgebied. De Mexicaanse scheidsrechter Codesal Mendez, die later de finale zou fluiten, maakt een kolossale fout en besluit Massing te sparen. Geen rood, geen tweede geel, geen heldenrol. Massing is de paljas van de kwartfinale. Want Lineker schiet de penalty eenvoudig binnen en herhaalt dat kunststukje in de verlenging, nadat hij door Massing en doelman N’Kono in de mangel was genomen.

Van Benjamin Massing, destijds actief in de Franse Tweede Divisie, werd nooit meer iets vernomen. ‘De moeder aller overtredingen’ maak je immers maar een keer.

HET BELANG VAN DE JUISTE JOKER (2): Steve Bull

arthur
Tot en met het WK in Brazilië neemt Voetblah wekelijks een deelnemer onder de loep in de rubriek ‘Het Onbekende WK-verhaal’. Vandaag is het de beurt aan Engeland, in twee delen. Hieronder deel 2 over cult-held Steve Bull.

De Engelse bondscoach Roy Hodgson zal in de komende maanden geen steen op de andere laten om de beste spelers voor zijn WK-selectie te vinden, zo liet de 66-jarige oefenmeester weten aan The Guardian. Hij doet er goed aan om zijn licht ook te laten schijnen in de Engelse Lower Leagues. Uiteindelijk kan de juiste joker namelijk het verschil maken. Het WK in 1990 levert het bewijs.

“Let the Bull loose”

DownloadedFile-2Ook ‘Mighty England’, bij die editie vierde het beste resultaat sinds 1966, had een joker in de gelederen: Steve Bull. ‘Bully’ zorgde die zomer voor een regelrechte hype in Engeland, een hype die slechts overtroffen werd toen Paul Gascoigne in de halve finale tegen West-Duitsland zijn tranen de vrije loop toen het besef bij hem doordrong dat de onnodige gele kaart die hem werd voorgehouden een schorsing voor de eventuele finale zou betekenen.

Maar goed, Bully dus. De destijds 25-jarige Steve Bull was een echte goalgetter. Maar dan wel in de Lower Leagues. Bull speelde zelfs nog met zijn grote liefde Wolverhampton Wanderers in de Third Division in Engeland, het equivalent van de huidige Topklasse, toen bondscoach Bobby Robson hem zijn eerste cap gunde. Op Hampden Park in Glasgow mocht Bull invallen tegen Schotland en maakte meteen de winnende treffer. In aanloop naar het WK scoorde Bull ook nog twee keer in de vriendschappelijke wedstrijden tegen Tsjechoslowakije en één maal tegen Tunesië. De spits ontketende daarmee een ware ‘Bullmania’ die Robson niet kon negeren. De spits uit de Lower Leagues ging mee naar Italië, met in zijn kielzog een schare aan Engelse supporters – een groot deel afkomstig uit Wolverhampton – gehuld in t-shirts met de slogan: “Let the Bull loose.”

In tegenstelling tot Bernie Slaven, had Bull wel degelijk een bijdrage in het succes van de Engelsen. In de puntendelingen met Ierland en Nederland kreeg de spits speelminuten als invaller. In de laatste groepswedstrijd tegen Egypte (1-0) had hij zelfs een basisplaats naast de onbetwiste Gary Lineker. In de achtste finale tegen België was invaller Bully van dichtbij getuige van de magistrale volley waarmee David Platt in de 119e minuut de Engelsen naar de kwartfinales poeierde.

Bull zou in het verdere verloop van het toernooi niet meer in actie komen. In de halve finale tegen West-Duitsland stond hij nog wel klaar langs de zijlijn, toen Lineker de gelijkmaker in het Duitse doel frommelde. “Trek je pak maar weer aan”, zei Robson, die Bully daarmee een heldenrol in de verlenging en de uiteindelijk beslissende strafschoppenserie ontzegde.

soccer-world-cup-italia-90-third-place-play-off-italy-v-england

U vindt Steve tussen Lineker en Pearce

De waarheidsgetrouwe aflevering van De Wondersloffen van Sjakie, met Steve Bull in de hoofdrol, kreeg geen vervolg. Na het WK werd Bull niet meer geselecteerd voor de Engelse nationale ploeg. Bull werd een cultheld bij Wolverhampton Wanderers, waarvoor hij 13 seizoenen lang zijn goaltjes zou meepikken. Uiteindelijk speelde Bully maar één wedstrijd op het hoogste niveau in Engeland, een invalbeurt bij zijn debuut in 1985 namens West Bromwich Albion. Maar zijn naam zal voor altijd verbonden zijn met de laatste succesvolle wereldbeker van de Engelsen.

Tegenwoordig is Steve Bull, via zijn website bullybully.net, in te huren voor openingen, feesten en partijen. Geen slecht idee, voor wie een joker nodig heeft deze zomer.

HET BELANG VAN DE JUISTE JOKER (1): Bernie Slaven

arthur
Tot en met het WK in Brazilië neemt Voetblah wekelijks een deelnemer onder de loep in de rubriek ‘Het Onbekende WK-verhaal’. Vandaag is het de beurt aan Engeland, in twee delen. Hieronder deel 1 over cult-held Bernie Slaven.

De Engelse bondscoach Roy Hodgson zal in de komende maanden geen steen op de andere laten om de beste spelers voor zijn WK-selectie te vinden, zo liet de 66-jarige oefenmeester weten aan The Guardian. Hij doet er goed aan om zijn licht ook te laten schijnen in de Engelse Lower Leagues. Uiteindelijk kan de juiste joker namelijk het verschil maken. Het WK in 1990 levert het bewijs.

Bernie Slaven – Joker tegen wil en dank

DownloadedFile-1In mijn kast hangt een origineel shirt dat echt gedragen is bij het WK in 1990. Het is wit met groene boordjes en oranje accentjes. Achterop staat het nummer 15, behorende bij de Ierse aanvaller Bernie Slaven.

Bernie droeg het shirt tijdens de wedstrijd Nederland – Ierland (1-1) in Palermo. Na de wedstrijd belandde het shirt in handen van radiocommentator Jack van Gelder, die graag een relikwie van de sympathieke Ieren wilde hebben. Niet zo lang geleden besloot de tv-coryfee zijn zolder op te ruimen. Via via kreeg ik het shirt voor mijn verjaardag, netjes opgevouwen en ingepakt in sinterklaaspapier.

Het shirt rook fris. Waarschijnlijk net zo fris als in 1990 toen Van Gelder met gloeiende wangen zijn aandenken in een speciaal meegebracht plastic tasje frommelde. Bernie Slaven zat namelijk op de tribune die avond, zijn waarde zou later die avond pas duidelijk worden. Want Bernie Slaven was de joker van de Ieren, tegen wil en dank.

De verhouding tussen Nederland en Ierland was die avond opperbest. Beide ploegen hadden zich gekwalificeerd voor de tweede ronde.  Nadat de boomlange spits Niall Quinn in de 71e minuut de stand gelijk had getrokken, sloten de spelers een herenakkoord. Twintig minuten rondtikken later wisten beide ploegen dat ze met drie puntendelingen met de hakken over de sloot door waren. Loting moest bepalen wie er tweede en wie derde werd in de poule. Kop of munt. Zeg het maar.

Natuurlijk won Ierland, dat met Slaven een echte joker in de gelederen had, de toss en mocht een paar dagen later aantreden tegen Roemenië. De geplaagde Nederlandse bondscoach Leo Beenhakker moest zich opmaken voor een treffen tegen West-Duitsland, dat in tegenstelling tot Oranje wel indruk had gemaakt in de poulefase.

Tot vlak voor het WK in Italië was  de 30-jarige ‘Wolfman’ een beperkte, maar veelscorende spits bij Middlesbrough op het tweede niveau in Engeland. Daarvoor werkte hij bij de plantsoendienst in zijn thuisstad Glasgow, terwijl hij zijn wedstrijdjes afwerkte voor ploegen als  Airdrieonians en Queen of the South. Slaven was altijd trots geweest op zijn Schotse afkomst, totdat de vermaarde Jack Charlton, die al een behoorlijke reputatie had opgebouwd met zijn genaturaliseerde “kroegvoetballers”, zijn stamboom onder het licht hield en ontdekte dat er wat Iers bloed door Bernie’s aderen vloeide. Toen Big Jack hem de worst van het wereldkampioenschap in Italië voorhield, hapte Bernie gretig toe. De Schotse Wolfman werd Ier en ging mee naar Sicilië en Sardinië.

Nederland vond in 1990 uiteindelijk in Milaan zijn Waterloo, terwijl de Ieren via strafschoppen doorstootten naar de kwartfinales. Daar wachtte gastland Italië.

Na de zege op Hagi en de zijnen was de stemming in het Ierse trainingskamp uiteraard opperbest, maar Bernie Slaven was diep ongelukkig. Het gebrek aan speelminuten zat hem dwars, maar meer nog miste hij zijn honden. In zijn autobiografie bekende Slaven jaren later dat hij stiekem hoopte dat Ierland de penaltyserie tegen de Roemenen zou verliezen zodat hij terug kon naar Middlesbrough. De liefde voor zijn honden zat diep, zo blijkt uit de memoires van kamergenoot en collega spits Tony Cascarino: “Bernie belde iedere dag naar huis. Dan blafte en jankte hij een kwartier lang in de hoorn van de telefoon als Lassie: “Woef, woef, auhoe, auhoe, woef.”

DownloadedFile

Slaven te midden van zijn WK-shirts

Voorafgaand aan de kwartfinale tegen het gastland in Rome gingen de Ieren op audiëntie bij paus Johannes Paulus. Het zou voor Bernie Slaven het hoogtepunt worden van het WK. Zijn gebeden werden ’s anderdaags verhoord toen de Italiaanse joker Salvatore Schillaci met een treffer in de 38e minuut de Ieren alsnog naar huis stuurde. De interlandcarrière van Bernie Slaven zat er op. Hij keerde terug naar Middlesbrough en speelde nog voor Port Vale en Darlington, voordat hij zijn reputatie als cultheld te gelde maakte als televisiepersoonlijkheid. In 2002 voerde Slaven nog tevergeefs campagne voor het burgemeesterschap van de Noord-Engelse industriestad, al liet Wolfman vooraf weten absoluut niets van politiek te weten.

DE NIGERIAANSE RENAISSANCE IN BELGIË

mrvoetblahTot en met het WK in Brazilië neemt Voetblah wekelijks een deelnemer onder de loep in de rubriek ‘Het Onbekende WK-verhaal’. Vandaag: Nigeria, vanuit Belgisch perspectief.

danielamokachiVoor het eerst sinds 2002 is België weer op een WK aanwezig en de verwachtingen zijn hooggespannen. Talloze Rode Duivels zijn actief in de Premier League, Serie A of La Liga en dat zegt veel over hun toegenomen status. De eigen Jupiler League hangt er ondertussen wat verloren bij, terwijl dat vroeger heel anders was. Ten tijde van het WK’94 trad in de VS een selectie aan die wekelijks floreerde op de Vlaamse en Waalse velden: Rufai, Amokachi, Keshi, Oliseh, Ikpeba, Eguavoen, Nwanu, Siasia, Agu, Emenalu en Okafor. In de winter bij KV Kortrijk, in juni op het hoogste voetbalpodium ter wereld.

Een deel van dit ‘Belgiria’ wist na het WK door te dringen tot de Eredivisie (Finidi, Kanu, Oliseh) en het Premiership (Daniel ‘Amo Taxi’), maar het leeuwendeel droop af via Torpedo Moskou dan wel Busan IPark. De paradijsvogel  der NigerianenJay Jay Okocha, fladderde ondertussen door in het burige Duitsland en Frankrijk, maar de Belgen raakten hun Nigeriaanse Renaissance in rap tempo kwijt. Inmiddels herinneren we ons uit die tijd vooral de Hollandse bondscoach Clemens Westerhof* die ongetwijfeld hoog op het wenslijstje staat van de huidige generatie voetbalbiografen met mafklappen als subject. Westerhof trouwde op pensioenleeftijd met een model van begin twintig dat hem, een vechtscheiding later, beschuldigde van een bewuste HIV-besmetting. Andy van der Meyde, eat your heart out!

Met weemoed denken we terug aan de Eerste Klasse als kraamkamer van het mondiale voetbal. Tegenwoordig spelen er nog immer Afrikaanse spelers, maar dan vooral van het niveau Jean Jacques Missé Missé. Ter illustratie: slechts pak ‘m beet drie Belgen, een Amerikaan  (Sacha Kljestan) en een Iraniër (Reza Ghoochannejhad) zullen het vanuit de Eerste Klasse tot het WK schoppen. En dat is te weinig. We wachten dan ook met smart op het moment dat de Nigeriaanse hegemonie wordt gereanimeerd. Bijvoorbeeld met de definitieve doorbraak van de veelbelovende Imoh Ezekiel van Standard Luik. Of nog mooier: met het opduiken van A-J  Okocha (zoon van) bij Excelsior Moeskroen. En in zijn slipstream de overige nazaten: Rolf Ikpeba, Arno Amokachi en Monday Oliseh.

* Er blijkt al een biografie van de beste man te bestaan! Incluis dubieuze titel en omslag. Een bestseller is het nochtans niet. Wij hebben zojuist een bod geplaatst.