Tagarchief: media

TWITTEREN MET LOUIS

abrahamsDat WK in Brazilië, het kan me niet snel genoeg beginnen. Onze bondscoach, toch niet vies van een prijsje links of rechts, heeft het zo gepland dat zijn meesterwerk dáár gaat plaatsvinden. Louis van Gaal die op het allerhoogste voetbalpodium mag gaan coachen, dat is een kind dat op de avond van 5 december staat te trappelen om het grootste cadeau uit te pakken. Het kan niet anders, dat wordt een zomer met prachtig theater. Alleen al de landing van het Nederlands Elftal in Rio, daar kan ik uren mee vooruit. Onder aan de vliegtuigtrap is het immense beeld zichtbaar, het Christusbeeld dat op een heuvel uitkijkt over de stad. Van Gaal grijpt naar zijn binnenzak en verstuurt een tweet naar zijn volgers: Sta #IkLouis toch maar mooi op een heuvel hier in #Rio#TotaleMens

vanGaal-334x440Ik wil er geen moment van missen, dat WK in 2014. Thuis, met een opgewarmde prak op schoot, houden Jack van Gelder en de jongens van VI me dagelijks op de hoogte van de ontwikkelingen in het Oranjekamp. Arjen Robben die voor de openingswedstrijd zijn kleine teen stoot tegen de ontbijttafel, waardoor zijn wraak op Casillas op de tocht komt te staan en Jean-Paul Boëtius die zich langzaam onttrekt aan het groepsproces en al na vijf dagen rept van heimwee, daar kan ik geen genoeg van krijgen. Het commentaar van René van der Gijp vanuit zijn suite in het Kurhaus: “Dat gelóóf je toch niet, Johan!?”
Na een dof gelijkspel tegen Spanje volgt in de tweede groepswedstrijd de uitglijder tegen Australië. Ik verlang nu al naar het interview van Tom Egbers met de bondscoach: “1-2 verlies, Louis. Dat moet een mokerslag zijn.”
“Oh, dus als Australië na twee fouten van Veltman een doelpunt scoort, vindt meneer dat een mokerslag. Nou, dat zijn jouw woorden. Dit ís geen dreun. Wat hier is gebeurd, heb ik precies voorspeld. Australië is een hele lastige tegenstander. Dat heb ik gisteren op de persconferentie al uitgelegd.”
“Het laatste groepsduel tegen Chili moet nu gewonnen worden, Louis.”
“Dat vind ik een suggestieve opmerking. Ik zou zoiets niet zeggen. Maar als jij het zo wilt stellen, prima. We hebben tegen Chili gewoon drie punten nodig.”
Om het thuisfront te sussen vinden we het volgende bericht op Twitter: #MijnSpelers zullen zich #opofferen tegen #Chili. #WK14 #MediaMinMin

Maar het meest verheug ik me op de terugkomst van Oranje in Nederland. Na de kansloze missie tegen de Chilenen hangt de Boeing boven de Vinkeveense Plassen, wachtend op de landing. Vanuit het vliegtuig is het al te zien: Nederland is weer overgegaan tot de orde van de dag. Alle Wuppies liggen in de kliko, het oranje is uit de etalages gehaald en Gijp heeft het Kurhaus verlaten. “Zo’n Janmaat op het WK. Dat kán toch niet, Wilfred!?”
Als zelfs Hans Kraay jr. niet de moeite heeft genomen om de bondscoach op te wachten aan het einde van gate 2, grijpt Van Gaal zijn smartphone. Terwijl in zijn rug Strootman, Van Persie en al die anderen stilletjes huiswaarts keren en in Brazilië de Argentijnen, de Spanjaarden en de Duitsers doordenderen naar de kwartfinales, sluit Louis met een laatste Twitterbericht zijn WK-droom af:
@Truusje Ik kom eraan, trek het sprei maar vast terug. #lepeltjelepeltje

– de cartoon is afkomstig van http://www.studio-artjan.nl

VEEL TE WEINIG OOG VOOR BLIND

kalusha

Afzeiken is leuker dan loven. Die stelling gaat de laatste jaren in toenemende mate op als we het hebben over ons Nederlandse voetbal. Onze Eredivisie is gedevalueerd tot een niveautje cafévoetbal, onze Oranje-verdediging is zo lek als een OV-chipkaart en de bondscoach is een megalomane psychopaat. Ook de spelers individueel moeten het ontgelden. Als we René van der Gijp moeten geloven, zijn Van Persie en Robben de enige voetballers die nog een bal van A naar B kunnen passen. Van mij mag het allemaal wat minder negatief. Daarom vind ik het altijd gaaf om te zien hoe spelers hun plekje veroveren in de voetbalmaatschappij, dwars tegen alle kritieken in.

BlindDaarom geniet ik van Daley Blind. Aanvankelijk werd Blind te licht bevonden door Ajax en mocht hij het een half jaartje op rechtsachter proberen bij FC Groningen. Eenmaal terug in Amsterdam was ‘het zoontje van’ eigenlijk al afgeschreven, maar ondanks de aanwezigheid van hoger aangeschreven talenten als Boilesen, Dijks en Koppers knokte Blind zich in de basiself. Tot frisse tegenzin van het publiek en de media, die hem te traag, te weinig creatief en te veel dertien in een dozijn vonden. “Natuurlijk was het wel eens zwaar, maar op een gegeven moment zei ik tegen mezelf: je weet dat je goed kan voetballen, nu je kop leeg maken en keihard werken. Dat heb ik gedaan.” Wat heet. Inmiddels is Blind de eerstaangewezen persoon als linksback in Oranje en zelfs ‘op 6’ is hij één van de gegadigden voor een basisplaats op het WK.

In de media en publieke opinie is de opmars van Blind maar stilletjes voorbij geslopen. Afgeserveerd wordt hij niet langer, maar van een hosanna-stemming is allesbehalve sprake. Terwijl het vrij opmerkelijk is dat iemand die ‘het Ajax-shirt onwaardig is’, op 23-jarige leeftijd al honderd wedstrijden met de rode baan op de borst speelde. En bovendien al acht keer voor Oranje uitkwam. Is dit nog steeds een gevalletje ‘bij gebrek aan beter’, of is die Blind zo slecht nog niet? Een conduitestaat om u tegen te zeggen, terwijl hij nog steeds het stigma heeft van een baggerbackje van Groningen-niveau. Misschien is een nationale rectificatie wel op zijn plaats: Sorry Daley, we hadden het mis… je kunt toch best behoorlijk ballen!

– We vonden het plaatje van Blind op Soccernews.nl. 

JE KUNT FLUITEN NA(AR) EEN MOOIE VOETBALCARRIÈRE

Over voetbalcolumnisten, -journalisten en -verslaggevers zijn we het eens: het zijn eigenlijk gemankeerde topvoetballers. Ze droomden ooit van een mooie voetbalcarrière, sloegen ergens de plank mis en vonden hiervoor troost, compensatie en frustratiebevrediging in de door onze huidige bondscoach zo gekoesterde media. Over scheidsrechters heersen doorgaans andere meningen. Thuis of op het werk niks te vertellen, is al sinds jaar en dag de populairste verklaring voor het kiezen van deze impopulaire, al dan niet betaalde hobby.  Iets wat amateurvoetbalscheids Maurice de Hond dus zelf heel goed in de peiling heeft.

Maar bovenal zijn scheidsrechters net mensen. En zien we de laatste tijd steeds meer gedragingen die de indruk wekken dat de (in veruit de meeste gevallen) heren ook het liefst voetballer zouden zijn. Het meest recente voorbeeld betreft een Belgische arbiter die zichzelf het veld uitstuurde en op zijn afgang naar de kleedkamer eerst allerlei accessoires wegslingerde en als ultiem copycatgedrag zijn shirtje uittrok. Allemaal acties die je uit het veld gestuurde spelers, als ware het onderling afgesproken, ook steevast ziet uitvoeren. De man in kwestie geeft zelf een andere lezing, maar wij weten beter. Hier werd een heimelijke wens vervuld.

Als je altijd maar weer de regels moet toepassen en jezelf en anderen in het gareel moet houden, dan ontstaat ooit en ergens die onweerstaanbare behoefte om ook eens een overtredinkje te maken. Om ook eens iemand de voet dwars te zetten of om ook eens helemaal uit je plaat te gaan. Om die constant zuigende, zeikende en zeurende etterbak van een speler ook eens een elleboog van de week te bezorgen. Want dat het leiden van een voetbalwedstrijd, op welk niveau dan ook, een lijdensweg is waarvoor je je soms een beetje moed moet indrinken, bewijst deze arme sloeber. Waarvan je niet kunt zeggen dat hij de looplijnen niet kent. Maar degene die het onweerlegbare bewijs levert van onze stelling, heeft tevens de mooiste actie in huis. Deze man heeft zich alleen maar verkleed als scheids om zo nog dicht mogelijk bij de voetbal te zijn. Dat doet niemand van het journaille, dat zijn soort zo vaak de grond in boort, hem na.

Ps. Neem even de tijd en moeite om de linkjes/filmpjes in de laatste alinea te bekijken. Ze zijn maar kort en de moeite waard.

– de ontblote scheids komt van nieuwsbladcdn.be

DE DODEN MOETEN EEN NAAM HEBBEN

Voetblah laat voor één keer de knipoog achterwege. Met het nodige elan kondigden wij vorige week de strijd om de Afrika Cup aan. Hierin werd groep B gekenmerkt als de poule des doods. Een tegenwoordig te doen gebruikelijke aanduiding van een groep waarin elke deelnemer kan ‘sneuvelen’ op basis van vrijwel gelijke sterkte. Togo was één van die potentiële ‘slachtoffers’. Hoe morbide en akelig realistisch deze typering zou blijken te zijn, konden wij uiteraard in de verste verte niet bevroeden.

Nog voordat de bal ook maar één omwenteling had gemaakt, werd de spelersbus van Togo op de grens van Angola en Congo onder vuur genomen. Voorlopig resultaat: 3 doden, 1 ernstig gewonde en 8 andere getroffenen. Het waren rebellenstrijders die zich zoals gewoonlijk wel vrijheidsstrijders zullen noemen en die minstens 3 mensen van hun ultieme vrijheid, het leven, beroofden. Bijna evenzo schrijnend als de daad en het resultaat, was de schandelijk slordige en eenzijdige berichtgeving over dit drama. Het enige belangrijke bleek de al of niet terugtrekking van Togo en het welzijn en de beleving van de al dan niet getroffen spelers.

Drie doden: het mocht  lange tijd letterlijk geen naam hebben. Nog steeds is slechts de naam van de overleden assistent-bondscoach bekend: Abalo Amételé. De buschauffeur en de met allerlei termen overladen journalist (woordvoerder, persvoorlichter en wat dies meer zij) zijn anonieme doden. Voetblah heeft stad, land en internet vruchteloos afgezocht om de overledenen van een naam te voorzien. Bovendien wordt door diverse, gerenommeerde media bericht over twee doden van de delegatie en wordt kennelijk de chauffeur gezien als een onbelangrijk slachtoffer buiten de nieuwsorde. Dit was niet alleen een brute aanslag op weerloze burgers. Ook de pers schoot ernstig tekort qua berichtgeving en respectvolle omgang met dodelijke slachtoffers.