Tagarchief: Willy van der Kuijlen

DE HELMONDSE HEILAND: WILLY & RENÉ

cardoso

Clubcoryfeeën, het lijkt alsof clubs er een beetje een haat-liefdeverhouding mee koesteren. Een goed paard mag dan niet altijd een goede ruiter zijn – om met Co Adriaanse te spreken – een goed paard is wel opvallend vaak een heel goede criticaster. Sjaak Swart parkeert vrolijk zijn auto voor De Toekomst om in de kantine luid kankerend te debiteren wat er allemaal aan schort bij Ajax. In Rotterdam-Zuid wordt iedere donderdag uitgekeken naar wat Willem van Hanegem in zijn AD-column nu weer met Feyenoord van plan is. Der Kaiser’ Franz Beckenbauer durft zelfs Pep Guardiola te tarten. En Johan Cruijff krijgt het zelfs voor elkaar om twee clubs in Europa naar z’n onnavolgbare pijpen te laten dansen.

Willy en René Image.aspxDan heeft PSV het toch maar getroffen. In Willy en René van de Kerkhof heeft het twee clubiconen gevonden die ook iets van het clubbeleid vinden. Of eigenlijk moeten we in enkelvoud spreken. PSV heeft in Willy en René een clubicoon gevonden die ook wat van PSV vindt. Elke maandagmorgen neemt Omroep Brabant steevast met Willy en René het afgelopen voetbalweekend door. Ik stel me zo voor dat het clubicoon net uit hun stapelbed met PSV dekbedovertrek is komen rollen om aan het ontbijt met de iPhone in het midden van de tafel gezamenlijk de wereld van verlichting te voorzien. Zelfs het vrolijke ‘goeiemorgen’ wordt in koor uitgesproken, om toch maar vooral te benadrukken dat Willy en René ALTIJD twee handen op één buik zijn.

Zo zagen De Kerkhofjes gebroederlijk aan het begin van het seizoen dat PSV wel eens de Champions League kon winnen, om via de gedeelde afkeer van spits Matavz uiteindelijk terecht te komen bij een harmonieus treuren om het gebrek aan ‘passie, bezieling, gedrevenheid en de wil om te winnen’. Het is natuurlijk ook geen makkelijk seizoen in Eindhoven waar het consequente meningen betreft. Ach, René en Willy… Ik vraag me af of er op de Herdgang iemand is die op maandagochtend met angst en beven de radio aanzet om de Rene_van_de_Kerkhof_1978cWilly_van_de_Kerkhof_1978ctweestemmige toorn van de Helmondse Heiland vervolgens uitgespeld op het bureau van Phillip Cocu neer te leggen. Zolang René en Willy eendrachtig de stem van het roemruchte PSV-verleden vertolken, hoeft Cocu zich geen zorgen te maken. Een Technisch Hart met Berry van Aerle en Willy van der Kuijlen lijkt nog ver weg.

Advertenties

SCHONE SCHIJNPASSEERBEWEGINGEN: KAPPEN!! – deel 1

Op het gevaar af een Vandergijpie aan te heffen, wordt hier of all foeballers Dirk Marcellis opgevoerd als passeerbewegingspecialist. Nee, eigenlijk voert Dirk zichzelf op. Hij heeft daarbij de pech dat het voor eeuwig is vastgelegd en dat de pijnlijke realiteit hem al lang heeft ingehaald. Want als Dirk Marcellis een passeerspecialist is, dan ben ik Nick Hornby, zijns gelijke kaalslag daargelaten. Marcellis is een vleesgeworden gepasseerd station. Hoewel.. Speelt wel bij de koploper. Maar dat geheel terzijde, zou Genee zeggen. Want de voorzet voor deze post werd gegeven door ons aller Allard. Met dat fantastische filmpje van ‘Skiete Willy‘. Die onnavolgbare kapbewegingen, gevolgd door meestal onbedaarlijk harde schoten met evenzo groot gemak links én rechts: waar zie je dat nog vandaag de dag? De enige die dit enigszins benadert, Wesley Sneijder, is thans tevens een der besten.

Oussama Assaidi voorbij Lex ImmersMaar het lijkt wel alsof men is gekapt met de kale kapbeweging. Sowieso lijken schijn/passeerbewegingen sterk aan modetrends onderhevig. En dat is op zich vreemd. Want je zou toch zeggen dat het ultieme, intrinsieke doel van een schijn/passeer beweging – je dusdanig voorbij of los van je directe tegenspeler manoeuvreren teneinde een doelpoging dan wel een efficiënte voortzetting te wagen – onveranderlijk en dus van alle tijden is. Laatst zaten de coryfeeën Van Hanegem en Rep, overigens volkomen misplaatst, bij Pauw en Witteman. Om weer eens te beweren dat het voetbal, vergeleken met hun en dus ook mijn tijd, er niet per se sneller en beter op is geworden. Hoongelach viel hen ten deel en ook nu weer hoor ik het geschamper.

Mijn mening hieromtrent mocht ik hier reeds poneren. Maar afgezien daarvan is mijns inziens zeker het aantal overbodige bewegingen drastisch toegenomen. Vaak in hoog tempo uitgevoerd, dat wel, maar dat maakt ze niet minder overbodig. En leveren dus tijdverlies op. Schone schijnbewegingen. Zouden de Ronaldo‘s, de Robbens, de Elia‘s, de Assaidi‘s, de Neymars dit achterwege laten… Al stellen we het natuurlijk enorm op prijs dat tenminste zij nog wel die lantaarnpaal durven uit te dagen.

Fidel MaradonaZelfs het tiki-taka van Barça in een duizelingwekkend tempo lijkt somtijds (m)eer een doel op zich dan een middel om tijd en ruimte te creëren. Snelheid, overbeweeglijkheid die vertraagt. Ook op de kunst van de eenvoud wordt beknibbeld. Piet Keizers bewegingen waren evenzo schaars als doeltreffend. Willy van der Kuijlen kapte met bewegen zodra de schietkans zich voordeed. Johan Cruijff versnelde of ging  achter het standbeen om teneinde z’n opties te vergroten. Maradona en diens natuurlijke opvolger Messi passe(e)r(d)en nagenoeg altijd doelgericht, zelden in de breedte.

De volgende keer onder meer over de teloorgang van de ‘sleep’, de wegkwijnende lichaamsschijnbeweging en de ogenschijnlijk effectieve schijntrap. Suggesties en aanmerkingen zijn uiteraard van harte welkom.

Ps 1. Afbeelding Assaidi/Immers van Goal.com
Ps 2. Afbeelding Maradona van http://www.fhm.nl

VOETBALLEN LEER JE NIET ZOMAAR


Trainer – (Uitspraak: ˈtrenər de -woord (mannelijk) trainers Zelfst. Naamw.) iemand die dieren of mensen begeleidt bij het leren van iets .   `de trainer van het jeugdelftal`

Ik heb er velen gehad. Schreeuwlelijkerds, ijskonijnen, docenten, vakidioten, (oud-)profvoetballers, klas- en bullebakken. Noem maar op. Allemaal kregen ze de opdracht mij en mijn teamgenoten iets te leren op het gebied van voetbal. Want ze hadden niet voor niets het keurmerk van de KNVB ontvangen. Ze hadden ook allemaal de illusie dat ze dit konden, maar slechts enkelen slaagden hier daadwerkelijk in. En eigenlijk is dat helemaal niet zo gek. Want iemand iets aanleren, in dit geval, iemand een betere voetballer maken, is het moeilijkste wat er is.

Toch maakte ik het enkele keren mee. De eerste keer was in de jeugd van PSV tijdens een individuele training op traptechniek. Ik vergeet nooit meer dat ene Willy van der Kuijlen mij uitlegde hoe hij altijd een vrije trap nam, een paar metertjes buiten de zestien. “Allard, je legt de bal neer en je kijkt richting de cornervlag. Vervolgens doe je een aantal passen naar achter. Je staat nu precies zo dat de bal en de cornervlag op een rechte lijn achter elkaar liggen. Nu mik je de bal een halve meter naast de verre kruising. Het is daarbij belangrijk dat je de bal binnenkant wreef raakt. Dus niet krullen, maar doortrappen. De eerste vijf ballen vliegen waarschijnlijk over het vangnet. Maar je zult zien dat op een gegeven moment de ballen steeds meer richting de kruising vliegen…” En verdomd… Willy had gelijk. En dat zonder diploma’s.

De tweede keer was op het trainingsveld van Noordwijk. Ik trap een bal met links, mijn slechte been. Onze keeper, Robert Spaan, ziet dat en zegt: “Je haalt je verkeerde arm aan als je met links trapt. Dus ik: “Pardon?”. “Nou”, zegt Spaantje, “het is simpel. Trap je met rechts, dan zwaai je met je linkerarm je lichaam open, trap je met links, doe je dat met je rechterarm. Dan staat je lichaam goed achter de bal.” Dat had dus nog nooit iemand tegen me verteld. Nu nog zie ik dagelijks jongens deze fout maken.  En het is zo’n simpel, maar o zo effectief feitje. Want je wordt er echt een betere voetballer door. Dat nota bene een medespeler, een keeper zelfs, mij dat moet vertellen! Een diploma heeft ie er ieder geval nooit voor gekregen.

AFELLAY-AI AI AI!!

We schrijven 2001, De Herdgang. De A1 van PSV met onder anderen Huntelaar, Takak, Coutinho en Verhaegh, werkt onder de bezielende leiding van ‘Skietuh” Willy van der Kuijlen een middagtraining af. Langs het veld staat een klein, iel Marokkaans mannetje. Af en toe kijkt hij verlekkerd naar de training, dan weer is hij in de weer met de bal. Die bal is zijn beste vriend. Nooit wijkt hij van zijn zijde. Soms, tussen twee oefeningen door, keek ik naar hem. Hij was er altijd. Met zijn bal. Ibrahim Afellay was niet groter dan 1m60 en zat op dat moment in de B2 van PSV. Zijn talent was onmiskenbaar. Zijn karakter en lengte ook. Maar hij wist wat hij wilde. Slagen.

Daarna verloor ik hem uit het oog. Totdat ik, net zoals de rest van Nederland, Ibi in het eerste van PSV zag debuteren. Lange tijd heeft het er daar overigens niet naar uitgezien. Naar ik meen Ricardo Moniz zag de potentie van Afellay, destijds spelend in de A2 van PSV. Ging met hem aan de slag, maakte hem sterker en completer. De rest is geschiedenis. Door dat kleine mannetje in 2001 heb ik altijd een zwak voor Ibrahim gehouden. Het nieuws van zijn gescheurde linker kruisband deed me dan ook meer dan wanneer het een willekeurig andere speler was overkomen.

Ik vraag me af wat dit voor hem zal betekenen. Ook al is elk moment ongelukkig -juist dit moment, dit seizoen, had ik het idee dat Afellay definitief zou doorbreken. Een jaar lang getraind en gespeeld met de besten der aarde. Die ervaring en bagage zouden tezamen ongetwijfeld werken als katalysator, waardoor zijn talent dit seizoen tot volledige wasdom was gekomen. Hoe anders ziet zijn wereld er nu uit: 6 tot 8 maanden revalideren. Toekijken hoe anderen jouw plek innemen, in jouw seizoen excelleren. Er is maar een oplossing Ibi. Ga weer met je bal langs de kant staan. Kijk af en toe, maar niet te vaak. Stippel weer die weg uit naar succes. Raak weer in de vergetelheid en kom ineens weer terug. Harder, beter, sterker en grootser dan ooit. Je zult slagen.